Nieuwste onderwerp

Splitsen (1/2)

Wij, een bijeengeraapt zooitje reizigers dat toevallig tijdens dezelfde dagen in een dorpje ten zuiden van Split verblijft. Wij besluiten om samen uit te gaan in de stad en een avontuur te beleven.
Wij. Een Chinese Amerikaan genaamd Jason die badeendjes spaart en stiekem op mannen valt, ook al weet hij dat zelf nog niet. De Deense Magnus, die pas begint te praten zodra je alcohol in hem giet. Een tweede, bloedverlegen, boomlange Amerikaan met een Jezuskapsel en –baard die we alleen maar mee hebben gevraagd omdat hij als een schaduw de hele dag met ons mee heeft bewogen. En ik.

We zitten in de bus naar de stad. Het is half twaalf ‘s avonds en het voelt als de meest intense sauna die ik ooit bezocht heb. Een vieze ruimte vol zwetende lijven. De chauffeur rijdt met alle deuren open.
‘Hot public transport ain’t got shit on me,’ zegt Jason. Hij maakt graag Aziëgrappen, ook al heeft hij er geen dag van zijn leven gewoond of gereisd. ‘This is nothing compared to China.’

De bus rijdt een file in en staat direct stil. We zien de stilstaande rij auto’s als een grof gehaakte, eindeloos lange sjaal over de heuvels in de verte liggen. Blijkbaar is er een belangrijke voetbalwedstrijd vandaag en zijn we niet de enigen die graag het centrum in willen.
‘This is nothing compared to Peking,’ zegt Jason. We kijken hem alle drie aan, wachtend op het vervolg van het verhaal. Maar er komt niks.
‘Hell, that’s what they say at least,’ zegt Jason, ‘It’s not as if I’ve ever been there. Are you calling me Asian? You racist!’ Hij geeft de bierfles door aan Magnus. De fles is zo groot dat wij er hele kleine mensen naast lijken. In dit land drinkt men zo veel dat het bier in plastic flessen zo groot als baby’s wordt verkocht.
‘Cheers,’ zegt Magnus grinnikend, en neemt een grote slok, ‘At least we have beer.’ Het is het derde dat ik hem vandaag heb horen zeggen. Het eerste wat hij zei was  o yes toen hij zijn eerste biertje opentrok en het tweede was now that’s what I call a pizza toen onze pizza’s zo groot als een salontafel werden bezorgd.
Magnus geeft de fles door aan de stille Amerikaan, die het ding dankbaar aan zijn mond zet. We kijken alle drie hoe zijn ademsappel op en neer blijft bewegen.
‘Dude, don’t you need to breath?’ zeg ik.
Met de fles nog steeds aan zijn mond schudt Jezus-Amerikaan nee. De man heeft daadwerkelijk bovennatuurlijk krachten. Hij slurpt net zo lang door tot het laatste beetje drank zijn keel ingegleden is.
‘You do know that that was the last bottle?’ zegt de Deen.
‘What?’ zegt Jason.
‘You for real?’ zegt de stille Amerikaan, ‘Man, I’m so sorry, I didn’t know.’
‘That’s it,’ zegt Jason, ‘You’ll have to go for beer.’
‘How?’ zeg ik, ‘We’re probably going to be in here for the next forty minutes.’
Magnus en Jason kijken elkaar geschrokken aan. ‘You’re gonna pay for this,’ zegt Jason tegen zijn landgenoot, ‘Both financially and mentally. And physically, if you don’t watch out.’ Hij kijkt nadrukkelijk naar het kruis van de stille Amerikaan. Daar wordt de Jezus-Amerikaan erg ongemakkelijk van.
Ik tik op de ruit. ‘I think there’s a small supermarket over there. Not saying you should. Just know it’s possible.’
‘Well this Asian motherfucker does say so,’ zegt Jason, en hij knipt hoog in de lucht met zijn vingers alsof hij met een zweep slaat.
De stille Amerikaan springt op. Ik zie jaren van eenzaamheid in zijn ogen. Jaren van niet mee mogen doen met sporten, met feestjes, met roken, met praten met meisjes, met alles wat overdag en buiten gebeurt en wat als een vorm van sociaal gedrag zou worden bestempeld. Van alleen op zijn kamer zitten met zijn gordijnen dicht en posters met heavy metalbands die tenminste zeiden waar het op stond in hun rasperige grunts. Ik zie hoe hij zijn kans ziet om de cirkel te doorbreken door nu bier te gaan halen.
‘Are you sure?’ zeg ik.
‘Not giving a shit!’ roep Jason.
‘Shut up Jason,’ zeg ik, ‘I’ve got really powerful friends that are a part of the American-Chinese mafia and it would just need one call from me to cut off your family’s rice supply for the rest of their lives.’
Jasons mond valt open.
‘What do you do if the bus starts moving?’ zeg ik tegen Jezus.
Zijn ogen beginnen te glinsteren. ‘I run,’ zegt hij. En ik hoor aan zijn stem hoe dat al jarenlang zijn levensstrategie is geweest bij alles wat hij niet aankon. En dat dat veel is geweest, maar dat zijn sterke pezige lijf hem uit al die situaties heeft gered. We knikken elkaar toe. En dan springt hij de bus uit en jogt naar de supermarkt.

 

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)