Nieuwste onderwerp

Kustkater

Vandaag ben ik begonnen tegen de rosse zwerfkat te praten.

Ik verblijf al een paar dagen in een extreem uitgestorven hostel in Kroatië. De enige andere gast – een Amerikaan waar ik vanaf zijn Hi al een hekel aan had – is een dagje verdwenen naar een natuurpark met gigantische watervallen. Zoals wel meer Amerikanen houdt ook hij van dingen die groots en meeslepend zijn. Daar kan hij dan naast gaan staan, er een paar foto’s van nemen, en onderwijl op afgemeten toon awesome zeggen. Want in Amerika is alles altijd natuurlijk nog tien keer grootser en meeslepender.

Ik werd vanmorgen niet wakker van gesnurk of gewoel van andere gasten, maar van mijn elleboog die ik tegen het bedframe stootte. Opeens was ik helemaal alleen in een hostel met de verschijningsvorm en grootte van een landhuis. Witte zuilen langs de balkonrand, koele marmeren vloeren, grote ruimtes met donkere houten meubels van betovergrootopa. Familiewapens in de rugleuning en al. Een huis dat bedoeld is om gevuld te zijn met stemmen en voetstappen die petsen over de vloer. Maar de gigantische keuken rook muf van eenzaamheid. De moestuin tussen het huis en het strand was uitgestorven. Een versteende handdoek hing grauw over de waslijn. Het strandje erachter was leeg.

Dus daar zit ik dan. In mijn eentje met tien strandbedden, twee picknickbanken en een duikplank. En een verschrikkelijk mooi boek waar ik constant passages uit wil delen. Maar de zee klotst onverstoorbaar aan me voorbij en verder beweegt er helemaal niks.

Rond het middaguur komt er een rosse zwerfkat op mij en mijn ligbed af gelopen. Op anderhalve meter afstand blijft hij stilstaan. Hij zakt op zijn zij, me nog steeds aankijkend. En dat staat alles weer stil. Ik zie alleen zijn zij zachtjes op en neer gaan door zijn ademhaling.Je zult me niet horen klagen over het feit dat dit stukje hemel al de hele dag daadwerkelijk míjn paradijs is. Nee hoor. Echt niet. Maar wat heb je er aan om in de allermooiste zee van de hele wereld te zwemmen als jij de enige bent die dat meemaakt? Als ik hier achteraf over zal vertellen zal mijn uitroep “de allermooiste zee van de wereld” gewoon een zoveelste awesome zijn in de oren van je toehoorder is. Een toehoorder die niet mee heeft gemaakt hoeveel meter diep je door het glasheldere water heen kan kijken. Of hoe heerlijke schokkend koud het water is na de zinderende hitte. Hoe lekker de watermeloen smaakt. Hoe mooi blauw kan zijn. Voor deze toehoorder zal mijn mooi gelijk zijn aan iedere andere. En daarom begon ik tegen de kat te praten.‘He, waddup?’ zeg ik. Meteen komt hij luid mauwend op me af getrippeld. Hij springt op het voeteneinde van mijn ligbed.

‘Ik ben allergisch man,’ zeg ik, ‘Sorry.’
‘Maaaaaauw,’ zegt de rosse.
‘Ben jij hier al lang?’ vraag ik.
De rosse antwoordt klagelijk. Al veel te lang en veel te alleen.
‘I feel you man,’ zeg ik. Even zitten we naast elkaar op mijn ligbed en kijken melancholisch naar twee mannen die voorbij roeien in een vissersbootje. Vermoedelijk naar een huisje met een stijgertje, waar ze hun vis op zullen werpen, terwijl de ene zijn vrouw roept. De rook van de al aangestoken barbecue hun tegemoet kringelend. Het geroezemoes van kokkerellende buurvrouwen de achtergrondmuziek.
‘Zullen we zwemmen?’ zeg ik, ‘Ga je mee?’
We stappen van het ligbed. Ik trek mijn dunne strandjurkje uit. ‘Het is echt super helder vandaag, je ziet de visjes knabbelen aan de bodem.’
Ik leg mijn jurkje op het ligbed. De kat kijkt verwachtingsvol naar me op. We wandelen naar de waterkant.
‘Dat trapje is echt de duivel, als we die nemen gaan we er nooit helemaal in. Maar als we er gewoon in één keer in springen valt het best wel mee. Je hebt heel even een beetje een hartaanval, maar daarna voel je je echt… ja… Fucking levend.’
Ik stap de duikplank op. De kat gaat op de kade zitten en krult zijn staart om zichzelf heen op het beton. Ik stel me zo voor dat dat is hoe katten hun armen om zichzelf heenslaan.
Ik loop zo ver mogelijk de plank op om ruimte te maken voor de kat. ‘Klaar?’ zeg ik. Ik knijp mijn ogen dicht, en spring.
Alles tintelt van de plotselinge kou om mijn geroosterde huid. Schreeuwend kom ik boven. Wat is de lucht godverdomme blauw. Ik zoek mijn kompaan, om een eerste euforische blik te kunnen uitwisselen. Nergens. Zou hij naar de bodem zijn gezwommen om een vis te grijpen? Kan hij eigenlijk wel zwemmen? Heeft een stroming hem zo snel meegesleurd dat hij nu al buiten mijn zicht is verdwenen?
‘Maaaauw!’ En daar zit de klootzak, gewoon op de kade naast het trapje. Ik heb zin om iets naar hem te schreeuwen. Dat dit verdomme niet de afspraak was. Dat we samen herinneringen zouden bouwen waar we jaren later bij een kampvuur op een reüniereis door de vlaktes van IJsland over zouden napraten. Dat we door samen alleen te zijn het leven zoveel mooier zouden kunnen maken. Als hij daar tenminste niet te egoïstisch voor was.
‘Mauw,’ zegt de rosse. Hij begint onder zijn staart te likken. Ik geef het op.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)