Nieuwste onderwerp

Nachttreinen

Ik hoopte fantastische reisgenoten te ontmoeten in de nachttrein naar Kroatië.

Mensen die me de volgende zomer in hun buitenhuisje zouden uitnodigen. Een huisje dat ik in eerste instantie niet zou kunnen vinden omdat het grotendeels zou zijn uitgehakt in een Scandinavisch fjord. Maar nadat ik al vijf keer voorbij was gelopen zouden ze met z’n allen uit het raam zijn gaan hangen en luid mijn naam hebben geschreeuwd.

Vrienden die opeens op de stoep zouden staan op een kille winteravond, met een reep Zwitserse chocolade ter grootte van mijn hoofd. Ik zou alle koek en snoep in huis bij elkaar graaien, en de laatste appel van mijn schaal. We zouden chocolade fonduen tot diep in de nacht, onderwijl de hele wereld oplossend.

Ze zouden overvliegen voor mijn eerste grote première.  Ze zouden geen woord van de Nederlandstalige film mee hebben gekregen, maar met tranen in hun ogen zijn opgestaan om te klappen aan het einde.

Ze zouden er zijn op mijn ik-ga-niet-trouwen-dus-ik-geef-zomaar-een-buitensporig-feest. Als iedereen zich al naar huis had laten rijden zouden we samen liedjes kwelend op een grasveld liggen en herinneringen ophalen. Zij zouden een joint roken. Ik zou genieten van de geur.

Bloednieuwsgierig naar de gezichten van de mensen die nu nog volslagen vreemden voor me zijn, maar zo’n belangrijke rol in mijn leven zullen gaan spelen, stap ik mijn coupé in. Vier paar Aziatische ogen staren me geschrokken aan. Drie meisjes en een jongen. Er wordt zacht een woord gefluisterd door het meisje met het rondste gezicht. Hoewel hun ogen me blijven aankijken gaan hun handen door. Dekens worden verplaatst, flesjes water op het kleine tafeltje tussen de bedden ingezet. Hello Kitty sokjes worden aangetrokken. Een zak waar zonet nog fastfood in zat wordt in een vuist tot een bal geknepen.
‘Hello,’ zeg ik.
Ze beginnen alle vier te lachen en te knikken. ‘Yes,’ zeggen ze, ‘Yes.’
Ik heb geen idee hoe ik daar op moet reageren.
‘You know..?’ zegt de jongen. Hij maakt een gebaar naar het vettige raam op de zijwand van de trein.
‘I don’t know,’ zeg ik, ‘But I can try?’ Ik pak de twee handgrepen van het raam vast en trek ze naar beneden toe. Het raam schuift open. Zo dus.
Ze beginnen alle vier te klappen. Eén van de meisjes legt haar handen tegen elkaar en maakt een buiging voor me. Ik lach ongemakkelijk terug.
We staan met z’n vijven op anderhalve vierkante meter, waardoor zij in verhouding nog veel kleiner en ik nog veel groter lijk. Ik heb geen idee wat ik nu moet zeggen of doen. ‘Where are you from?’ zeg ik dan maar, vluchtend in reizigerscliché‘s.
Ze kijken elkaar zijdelings aan. Heeft iemand verstaan wat dat boomlange blonde meisje zonet zei? Ze schudden hun hoofd.
‘What country are you from?’ zeg ik.
Ze schudden nog steeds hun hoofd. En ik schud ook mijn hoofd. Geen premiére bezoekjes. Geen fjordenvilla. Geen joint op een nat grasveld. Ik sta absoluut niet negatief tegenover een vriendschap over grenzen, maar het wordt een lastig verhaal als we geen enkele taal delen. Dus ik glimlach naar ze, en klim mijn bed in.

Ik kijk urenlang uit het raam. Zie Nederland langzaam in Duitsland overgaan. Zie het platte landschap glooiing krijgen.

Tegen de schemering zie ik in de spiegeling van het raam hoe het meisje met het ronde gezicht de enige jongen versiert. De twee andere meisjes zijn naar een andere coupé vertrokken. De ondergaande zon schijnt koperbruin op haar donkere haar. Ze lacht veel. Vertelt verhalen en laat hem filmpjes zien op haar telefoon. Als reactie op wat hij vertelt, raakt ze eerst een paar keer terloops zijn arm aan, en daarna zijn schouder. Iedere keer een paar tellen langer. Als ik zachte smakgeluidjes hoor sluit ik mijn ogen en draai mijn gezicht naar de muur.

Misschien zullen ze wel nog een keer samen op reis gaan. Misschien zullen ze samen chocolade fonduen op een gure avond. Misschien zullen ze samen bij hun eigen bruiloftsfeest zijn. Misschien blijkt deze nachttrein dan toch de plek van magische, levensveranderende ontmoetingen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)