Nieuwste onderwerp

Propellerpet

Eén van mijn lievelingsdingen om te doen toen ik klein was, was scheuren. Aangezien ik er al jaren niet meer mee bezig ben, ontdekte ik laatst pas dat dit een term is die alleen ik en mijn broer in die specifieke context gebruiken. Dat de rest van de wereld bij het woord scheuren aan het uiteenrijten van papier of andere scheurbare materialen denkt. Maar daar had het bij ons niks mee te maken.

Scheuren is een activiteit die je alleen in een rijdende auto kan doen. Het kan pas als de auto harder dan veertig kilometer per uur rijdt. Bij voorkeur veel harder dan veertig kilometer per uur. Denk aan snelweg snelheden. De volgende stap is om je raampje open te draaien. Dan steek je je hoofd naar buiten. Hoe verder je durft, hoe beter. Pas als je schouders volledig uit het raam steken begin je de adrenaline van het scheuren te voelen. Hoe de wind de huid op je wangen rimpelt. Hoe je uitgestoken tong door iemand anders bestuurd lijkt te worden. Hoe je haar in je nek slaat.

‘Vind je dat niet een beetje een lugubere term voor iets waarbij je hoofd van je lijf kan worden geslagen?’ vroeg één van mijn vriendinnen laatst.
‘Nee,’ zei ik, ‘Ik geloofde toen nog niet dat dingen fataal mis konden gaan. Niet buiten de televisie tenminste.’
‘Jezus,’ zei ze, ‘Wat heerlijk.’
De laatste keer dat ik ging scheuren had ik mijn propellerpet op. Ik wilde zien hoe hard de propeller kon draaien in de wind. Dat was blijkbaar heel hard, want ik had mijn schouders nog niet uit het raam of hij vloog van mijn hoofd. We zijn hem niet eens meer gaan zoeken. Hoe vindt je midden op de snelweg een kinderpetje terug? Vanaf dat moment durfde ik niet meer te scheuren.
‘Waar is de tijd,’ zei de vriendin dromerig.
‘Hm,’ zei ik. En ik dacht honderd dingen over hoe die vervlogen en weggepropellerd was, maar ik besloot ze niet te zeggen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)