Nieuwste onderwerp

Koningsdagmaagd

Mijn eerste Koningsdag. De afgelopen drie jaar woonde ik in een buitenland waar men hun koning een landverrader vindt en een nationale kleur ver te zoeken is. Al sinds mijn terugverhuis in juli verheug ik me op vandaag.

Ik heb het gemist. De manier waarop iedereen opeens van elkaar lijkt te houden op die ene dag van het jaar. Waarop we allemaal natregenen en weten dat we een kriebelhoestje oplopen die drie maanden zal aanhouden, maar dat wel samen doen. Waarop we allemaal vies of lauw bier drinken, maar collectief besluiten dat we het op deze ene dag niet proeven.

Ik woon nu in Amsterdam. De stad die mijn ouders altijd als de hel op het Koningsdag vierende stukje aarde beschouwden. Omdat er super veel mensen zijn die je niet kent, omdat iedereen er dronken is en er overal harde muziek klinkt. Ik zal niet zeggen dat dit rijtje omstandigheden mijn reden was om naar Amsterdam te verhuizen. Maar het feit dat ik na afloop van Koningsdag tussen al die onbekende mensen door stomdronken op bonkende techno naar huis zou kunnen kruipen, heeft zeker meegespeeld.

Ik draag niks oranjes. Ik heb besloten om het rustig aan te doen en dit jaar weer even proef te draaien. Als iemand me daar moeilijke vragen over stelt zal ik zeggen dat mijn slipje oranje is.

Ik rijd kriskras door het centrum op mijn fiets. Over alle grote autowegen wandelen mensen. Voor deze ene dag staat het leven een klein beetje stiller en feesten we daardoor des te harder. Ik ontwijk fotograferende Japanners die niet snappen waarom er zo kort voor eenendertig april nog zo’n dag is waarop iedereen oranje draagt. Ik ontwijk zes onherkenbaar doodgeknuffelde knuffels en een geldbelust meisje van acht op een rafelig kleedje. Ik high-five een wildvreemde Duitser in het voorbijgaan.

Al voelt het alsof alles vandaag op groen staat, het stoplicht wordt voor mijn neus rood. Dus voor deze ene keer besluit ik om te remmen. Om even mee stil te staan. Om andere mensen voor te laten gaan. Omdat ik vandaag geen haast heb. Van opzij rijdt een man regelrecht op mijn bagagedrager in. Zonder iets te zeggen trekt hij zijn fiets uit de mijne, en rijdt weg. Ik schreeuw iets wat je als nieuwe Amsterdammer op zo’n moment uitroept, zoals ‘Vind je dat normaal ofzo?’ en na even nadenken, maar dit blijft toch wel ’s lands stad van de directheid, ‘Jezus!’

Het meisje dat naast me voor het stoplicht staat glimlacht ongemakkelijk naar me. Ze heeft zelfs haar asblonde haar oranje gespoten. ‘Op een dag als vandaag moet je maar een beetje,… He?’

Ik wacht tot ze haar zin afmaakt. Tot ze me vertelt hoe dat dan eigenlijk moet op een dag als vandaag, want ik ben het vergeten. Hoe ik hoor te reageren op iemand die me aanrijdt en dan doorrijdt alsof ik er helemaal niet ben. Misschien dat ik de man vriendelijk moet nazwaaien en rustig aan he ouwe moet naroepen. Of dat ik achter hem aan moet rijden en moet zeggen dat ik ook wel eens een rotdag heb. Of dat ik haar liefdevol moet omhelzen en een gratis biertje en een rondvaart moet aanbieden op mijn nader te verkrijgen privésloep. Als dank voor deze wijze levensles.

Maar ze kijkt me alleen maar aan. En ik voel me een ontzettende buitenstaander.

Het stoplicht floept op groen. We kijken elkaar nog steeds aan.
‘Ik zou maar gaan fietsen als ik jou was,’ zegt ze, ‘Straks is ie weer oranje.’
‘Dat weet ik ook wel hoor,’ zeg ik, ‘Ik ben geen toerist ofzo.’

 

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)