Nieuwste onderwerp

Afkijksnol

Zij en ik zitten op een terras. Dit klinkt alsof we hier samen zijn. Dat is niet zo. We zitten er allebei met een vriendinnetje een drankje te doen. Maar ik kan niet heel veel anders dan de hele tijd stiekem naar haar kijken.

Vanaf het moment dat Zij het terras op is gekomen, is het gesprek dat ik met de vriendin naast me voer naar de achtergrond verdwenen. Ik hum af en toe bevestigend. Soms knijp ik mijn ogen tot spleetjes en kijk haar een paar seconden indringend aan. Iets wat deze specifieke vriendin zo onzeker lijkt te maken dat ze vervolgens in een volgende ellenlange monoloog vervalt. Precies wat ik nodig heb om het meisje verderop te blijven bekijken. Ik voel me hier subtiel lullig over tegen de vriendin naast me, maar dit is belangrijk. Dit gaat om mijn concurrentiepositie op de datingmarkt.

Zij, daar verderop op het terras, is namelijk het type meisje dat ik haat omdat ik haar zou willen zijn. Ze is zo mooi dat ze alles kan maken. Er zit een gigantische klit achterin haar haren. Ze draagt een truitje dat de pasvorm van een plastic zak heeft, met een soort foeilelijk batik patroon dat vloekt bij haar roodblonde haar. Het ding valt zo plastic zakkig dat het haast niet opvalt dat haar borsten onbestaand zijn, maar ze heeft deze afleidingsmanoeuvre niet eens nodig. Want haar gezicht lijkt uit fijn gepolijste marmer te bestaan, met een strakke egale huid. Haar gezicht is zo mooi dat je er niet eens aan toekomt om naar haar torso te kijken.

Ik blijf haar bekijken om het geheim te ontdekken. Ik wil weten hoe ik me zo mooi kan voelen als dat zij het duidelijk doet. Met mijn haar in een gigantische klit en kleding die eruit ziet alsof ik ze uit de vuilnisbak van het Leger des heils heb gevist. Of gewoon in die ene broek die toch echt inmiddels wel te strak blijkt te zijn als ik op school voor een spiegel sta.

En dan staat ze op. Ik voel het hele terras zich omdraaien. De vrouwen uit afgunst. De mannen uit pure geilheid. Ze draagt een knalrode ribbroek met verticale banen in een net iets rodere tint dan de rest van de stof. Ze moet een string dragen. De banen verdwijnen tussen haar billen. Die zijn groot voor haar lichaam, maar ik weet bijna zeker dat ze cellulitisvrij zijn. Godverdomme.
‘Toch?’ zegt de vriendin naast me. Die waarmee ik eigenlijk aan het een drankje doen ben.
Ik voel dat mijn mond een stukje ophangt en sluit hem snel. ‘Sorry?’ zeg ik.
‘Ja precies, dat was ook mijn reactie,’ zegt ze, ‘zo van: hoe kom je daarbij, weetjewel? Stomme afkijksnol.’
‘Ja,’ zeg ik, ‘ja precies.’ Ik doe mijn best om de vijf woorden die ik de afgelopen paar minuten uit haar monoloog heb opgevangen bij elkaar te schrapen. Om iets minder hard het gevoel te hebben dat ze eigenlijk tegen mij praat.
‘Waar haal jij het lef vandaan om te denken dat jij dat ook mag?’
‘Wat?’ zeg ik. Voor het eerst deze middag luister ik echt naar haar.
‘Nouja, dat zei ik dus tegen haar,’ zegt ze.
‘O,’ zeg ik, ‘oja.’
‘Ik zei: Waarom denk jij in godsnaam dat je zomaar op dát niveau kan meeconcurreren, weetjewel?’
‘Hm,’ zeg ik.
‘Ja toch? Dus ik zeg: jij valt in een totaal andere categorie. Sommige dingen heb jij gewoon niet in je. Klaar.’
Het prachtige meisje met de lelijkste kleding wandelt weg van het terras. Ze is al bijna de hoek van de straat om. Ik voel het hele terras kijken.
‘Ja,’ zeg ik, ‘misschien is dat wel zo.’

« terug naar blog

One response to “Afkijksnol”

  1. Gina Miroula

    Was je maar achter haar aan gelopen…

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)