Nieuwste onderwerp

Bestuurderscabine

Het is onverwachts de eerste warme dag van het voorjaar. Zo onverwachts dat de verwarming in de tram nog op vol vermogen warmte tegen mijn toch al rode wangen aanblaast.

De chauffeur moet het ook warm hebben. De deur naar zijn cabine staat open. Het heeft iets melancholisch, in theorie zou ik nu namelijk een gesprek met de man achter het stuur kunnen voeren.

Er schijnt een tijd te zijn geweest dat trambestuurders de man van om de hoek waren. Een tijd waarin die man zodra je binnenstapte vroeg hoe het met de kleine ging. Een tijd waarin je nog niet door vijf miniscule gaatjes in een centimeters dikke plastic plaat hoefde te schreeuwen om zijn aandacht te krijgen. Omdat de man achter het stuur gewoon van om de hoek was en omdat ov-chipkaarten nog niet bestonden. Maar de tijd waarin er met een trambestuurder te praten viel is voorbij. Dus ik loop voorbij de open deur en ga op de bank achter zijn hokje zitten.

‘Heppie kinderen dan?’ hoor ik de chauffeur zeggen. Ik kijk geschrokken om me heen. Leun opzij om te zien of hij me via zijn achteruitkijkspiegel aankijkt. Om te zien of het dan toch echt gebeurd is.
‘Ja,’ hoor ik dan een vrouwenstem over een soort krakerige intercom in de bestuurderscabine, ‘Twee stuks. Zestien en achttien al weer. Gaat hard hoor.’
De chauffeur humt bevestigend. Ik schraap nadrukkelijk mijn keel. De tram maakt gillend een bocht over de rails.
‘Jij?’ zegt de vrouwenstem.
‘Nee,’ zegt hij, ‘Nooit aan begonnen. Al die wijven willen maar één ding. Kinderen met je maken, en dan meeprofiteren van jouw salaris omdat de opvoeding zo veel tijd kost. Nou aan mijn lijf geen kermis hoor, godskollere.’
We stoppen voor een halte. Mensen stappen in. Houden met een uitgestrekte arm hun chipkaart tegen het apparaat terwijl ze de tram afspeuren naar een lege tweezitter. Ze lijken het bestaan van de man in het hokje totaal vergeten.
‘Heb jij al vaak afgesproken via de site?’ zegt de vrouwenstem.
‘Nee,’ zegt hij, en trekt op, ‘Ik zit er pas heel kort bij. Was een tip van een collega van me.’
‘Zit je in de tram?’ vraagt ze.
‘Ja,’ zegt hij, ‘Wat heb je aan?’
‘Mijn rooie setje,’ zegt ze.
‘Beschrijf het eens,’ zegt hij.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)