Nieuwste onderwerp

Gaykelder 7

We lopen door een zijgang van het gewelf waarin het feest plaatsvindt.

‘Hoe heet jij eigenlijk?’ vraag ik aan de jongen met het lange haar.
Hij rolt met zijn ogen. ‘Oprah Winfrey,’ zegt hij, ‘Winnie voor vrienden.’
‘Oja,’ zeg ik, ‘natuurlijk.’ We gniffelen allebei.
De gang wordt donkerder. Winnie grijpt Jim bij zijn pols. Hij kijkt Jim recht in zijn ogen. ‘Jij gaat me nu vasthouden en niet meer loslaten tot ik het zeg, oké?’
Jim knikt. De hand van Jim gaat op de bil van Winnie. Jim blijft leeg voor zich uitstaren. We komen weer in beweging.

De gang loopt af naar beneden. Ik hoor de bass alleen nog maar als ik mijn adem inhoud en heel goed luister. Ik zie dat Winnie de hand van Jim steeds dichter naar zijn kruis toe trekt.
‘Hé!’ roep ik, ‘ik loop hier ook he?’
‘Schat, wat denk je nou?’ zegt Winnie, ‘dat ik hem zomaar de heilige graal ga laten aanraken? Ik vroeg me af of zijn ziel er nog in zit. Wat heb je in godsnaam met hem gedaan?’
‘Toen ik vanavond bij hem thuis kwam was hij al zo.’
Winnie blijft stilstaan en pakt Jim bij zijn kin. ‘Hij is kapot,’ zegt Winnie.
Ik zucht. Ik knik. Dit is Jim niet meer.
‘Jim?’
Jim reageert niet.
‘Misschien moet je hem eens slaan,’ zegt Winnie.
‘Wát?’
‘Niet super hard ofzo, als mijn vriendje dat doet ben ik er ook altijd weer helemaal bij.’
‘Jullie slaan elkaar?’
Winnie rolt met zijn ogen.
‘Jim! Zeg iets.’ Ik heb verdomme een gele jurk aan en travestieten make-up op en je zegt helemaal niks.’
Maar natuurlijk doet Jim dat niet.
‘Ik heb verdomme een knalgele jurk aan en travestieten make-up op en jij zegt niks?’
Hij reageert niet. Ik loopt op Jim af en sla hem met mijn vlakke hand tegen zijn wang.
‘Godverdekut!’ roept Jim. Hij duwt me. Ik wankel verbaasd achteruit, ontdek dan dat ik hakken draag en nu al helemaal geen balans meer heb, en val plat achterover op de grond. Ik voel iets nats onder mijn billen.
‘Godverdomme!’ roept hij, ‘reringkutverdomme!’ Hij begint met zijn handen te wapperen. Hij slaat ze tegen de muur. ‘Godverdomme! Godverdomme!’ Hij slaat met zijn hoofd tegen de muur. Ik werk mezelf overeind. Winnie grijpt hem van achteren vast.
Jim kijkt verdwaasd voor zich uit. Er loopt bloed en snot uit zijn neus. Ik sla mijn armen om hem heen. Ik voel hoe hij trilt. Alsof het vriest en we zonder jassen door de sneeuw zijn gaan lopen.
‘Ga me nu niet vertellen dat dit nog steeds om je peterselieplant gaat,’ zeg ik zachtjes, dicht bij zijn oor.
Hij begint te huilen. Daar staan we dan. Een meisje in een gele jurk met een moddervlek bij haar billen. Een meisje-jongen genaamd Winnie met een sm-masker om zijn nek. Onze armen om een hysterisch huilende jonge discogod zonder strikje met een bloedneus. Een bloedneus die waarschijnlijk op dit moment een spoor op mijn jurk achterlaat. Maar het geeft niet. Want Jim is kapot.
‘Is er iets gebeurd? Moet ik iemand voor je op zijn bek slaan?’
Jim begint alleen nog maar harder te huilen.
‘Gaat het om die vent van de vorige keer?’ vraagt Winnie opeens.
Ik voel Jim knikken op mijn schouder.
‘De lijer,’ zegt Winnie, ‘Ik had ‘m nog gezegd dat ie met zijn-…’
‘Ik ben verliefd,’ fluistert Jim schor.
‘Maar dat is toch super leuk?’ zeg ik. Waarom heb je me niks verteld, denk ik.
‘Hij wil me niet,’ zegt Jim. ‘Hij is hier met iemand anders vanavond. We hebben vier maanden gedate en opeens appte hij alleen maar berichtjes van maximaal twee woorden.’
‘Wat een stoephoer,’ zegt Winnie.
Jims hoofd komt los van mijn schouder. Hij stapt weg uit onze omhelzing. Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee. Hij is… alles.’
‘Geeft hij drugs ofzo?’ zegt Winnie.
‘Ben je wel eens verliefd geweest?’ zegt Jim.
‘Ben jij wel eens verslaafd geweest?’ zegt Winnie.
‘Zo voelt het wel,’ zegt Jim.
Ik heb het gevoel dat ik nu iets moet zeggen. Iets beschouwends en verstandigs dat dit alles in zijn perspectief plaatst. Er komt niks. Dus het blijft stil in de gang onder de gaykelder aan de gracht.
Ik krijg kippenvel. We staren alle drie naar de grond.
‘Waar gaan we naartoe?’ zegt Jim.
Ondanks alles moet ik lachen. ‘Jezus, wat een vraag.’
‘Nu bedoel ik. Zonet. Waar gingen we naartoe Winnie?’
‘Naar de kelder onder de gaykelder. Daar is een zaaltje vol met mensen maar zonder mannen.’
Jim knikt. Eerst langzaam en dan steeds sneller. ‘Ja. Ja. Laten we gaan dansen.’
Ik zie een van zijn mondhoeken heel langzaam omhoog kruipen. Sommige mensen gaan met veertig man in een zweterig hok zitten om onmogelijke posities aan te nemen en betalen daar dan geld voor. Sommige mensen gaan bomen knuffelen. Sommige mensen gaan quilten. En Jim gaat dansen. Anders wordt Jim niet meer heel.
‘Ja,’ zeg ik, ‘laten we dansen.’
‘Jezus gaan jullie nu ook nog amen zeggen? Doorlopen, bitches,’ zegt Winnie, en hij dribbelt zo snel als zijn hoge hakken het toelaten verder de gang in. Zijn krullen springen op en neer. Jims volgt hem. Zijn witte overhemd deint aerodynamisch om hem heen. Er zit een blauwe plek van mijn oogschaduw op zijn rechter schouder.

De gang maakt opeens een scherpe bocht naar rechts. Ik vlieg als laatste de hoek om en bots tegen Jims rug. We staan bovenaan een smal trappetje dat naar een smalle diepe ruimte in het gewelf leidt. De ruimte is volledig gevuld met dansende en rokende vrouwen. Paarse en blauwe lichten bewegen over de muur. De bass pompt mijn armharen heen en weer.
‘Dit,’ schreeuwt Winnie boven de muziek uit, ‘dit is de pottenjackpot! Dus waag het niet om naar de mannen te gaan boven.’ Hij likt aan zijn vinger en wrijft er het bloed mee van Jims bovenlip. ‘Redden jullie het zo?’
Jim knikt. Winnie knikt terug. ‘En nu moet ik weer gaan deur-bitchen boven. Veel plezier boefjes!’ Hij slaat Jim speels tegen zijn bil en loopt terug de gang in.
Ik kijk Jim aan.
‘Zullen we nu niet praten?’ zegt hij.
Ik knik. We lopen het trappetje af. Op de laatste trede blijft hij staan en draait zich om. ‘Ik wil alleen nog zeggen dat we in een ruimte vol geile vrouwen staan en dat jij een fantastische, zuurstokgele jurk draagt,’ zegt hij, en glimlacht één van zijn prachtigste Jim glimlachen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)