Nieuwste onderwerp

Gaykelder 6

Ik draag voor het eerst van mijn leven knalgeel. Ik heb nog geen idee wat ik er van vind, maar op een avond waarop er toch niemand op mij let durf ik het aan. Jim draagt voor het eerst in de geschiedenis van onze gaykelderavonden geen strikje. Hij is in de rouw. Zegt hij. Gisteren is zijn peterselieplant definitief weggeschimmeld in het potje voor zijn raam. Zegt hij. De waarheid is dat ik hem niet meer zo terneergeslagen heb gezien sinds ik hem ken. En dat is al bijna mijn hele leven.

Voor vertrek hebben we in een top tempo twee goedkope flessen wijn leeggedronken en heb ik me experimenteel opgemaakt. Ik ben totaal uitgeschoten met de knalblauwe glitteroogschaduw. Ik vraag Jim wat hij er van vindt. Hij scheurt zijn blik los van het scherm van zijn minuscule televisie. Er speelt één acteur in de film die hij wel lekker vindt.
‘Het is heel blauw,’ zegt hij.
‘Ja,’ zeg ik. Het boeit me niet. Ik hoef vanavond niemand te versieren en tussen de travestieten valt mijn overdadige hoeveelheid make-up toch niet op.

De bebaarde langharige jongen staat weer op zijn vaste plekje bij de ingang. Deze keer heeft hij een leren masker met studs erop om zijn nek hangen en draagt hij een minuscuul gifgroen jurkje.
‘Heeeee eenhoorntje!’ zegt hij, trekt me tegen zijn verrassend volumineuze boezem aan en smakt zijn kaken tegen mijn beide wangen aan. De studs van zijn masker prikken in mijn nek.
‘Jij hebt geknutseld,’ zeg ik.
‘Jij bent in de uitverkoopbak van de V&D van de jaren negentig gevallen,’ zegt hij, ‘Al moet ik zeggen,’ hij laat zijn blik veelbetekenend over me heen dwalen, ‘Dat geel je fucking amazing staat.’
‘Ik vind ‘m gaaf, je masker,’ zeg ik.
‘Lieverd, tell me something I don’t know.’ Hij knipoogt. Zijn roze nepwimpers strijken over zijn wang. ‘En jij…’ Hij kijkt Jim aan. Bezorgd. ‘Uit welke Polenzolder heb je hem gered?’
‘Hij voelt zich niet zo feestelijk vanavond.’
De langharige jongen heft een vinger op. ‘Niet bewegen.’ Hij trippelt weg door het gordijn dat achter hem hangt.
Ik maak een robotachtige beweging naar Jim. Hij trekt zijn mondhoeken omhoog, maar een seconde later vallen ze alweer naar beneden. Zo ken ik hem helemaal niet. Deze kelder is zijn terrein. Normaal gesproken zou hij hier charismatisch naar binnen zweven en zou iedereen hem vanaf de andere kant van de zaal hongerig bekijken. En hij zou er niet eens zijn best voor hoeven doen. Nu had hij net zo goed een baksteen kunnen zijn.

De hand van de jongen komt door het gordijn heen. Hij wenkt ons. Ik loop ernaartoe. Jim blijft suf voor zich uit staan kijken.
Ik klap in mijn handen. ‘JIM.’
Hij kijkt op en schuifelt achter me aan.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)