Nieuwste onderwerp

Portia

Sinds ik weer in Nederland woon, woon ik in een studentenhuis. Zo’n echte. Zo eentje met de kaas van de afgelopen zeshonderd tosti’s nog aan het apparaat, hasj over de salontafel, fermenterende afwas die drie weken lang van niemand is. Ik vind het er fantastisch. Zodra ik de huisdeur binnen stap bevind ik me in een andere wereld. Een wereld waar ik de komende jaren nog even onderdeel van mag uitmaken, totdat ik serieuze volwassenen dingen moet gaan doen.

Afgelopen week werd ons huis geteisterd door een gemeenschappelijk eigendomsmysterie: onze verdwenen waterkoker. Natuurlijk had niemand hem als laatste gehad, en had niemand hem mee naar zijn of haar kamer genomen. Maar de keiharde realiteit was wel dat het ding op een gegeven moment al zesendertig uur vermist was. Na die zesendertig uur gedeelde, zwijgende irritatie stuurde Ab een berichtje naar onze groepsapp.

Ab: Ik heb ZO VEEL ZIN
Eva: Nou nou
Ab: ZO VEEL ZIN
Sophie: Ab ben je bekend met het begrip masturbatie?
Ab: ZO VEEL ZIN om water te koken
Ab: zo godverdomme veel zin.

En toen barstte het los. Foto’s van internet waarop waterkokers stonden die sprekend op die van ons leken. Selfie’s die bewezen hoe wanhopig ongelukkig iedereen was zonder waterkoker. Bedreigingen naar de kidnapper.

Iedereen die thuis was trok naar de keuken annex woonkamer. Om te praten. Om te speculeren. Om gezamenlijk te wachten tot een pan met daarin zes liter water na vierentwintig minuten op onze elektrische kookplaat staan eindelijk kookte. Om dan samen thee te drinken en kruiken tegen onze pijntjes te vullen. Jojo bakte aan de lopende band door tosti’s voor de ontheemden op de bank.

Er werden haren gevlochten. Nagels gelakt. Eva masseerde mijn schouders met baby-olie. Jojo en Sophie harsten als experiment Bobs onderrug. Met betraande ogen beloofde hij dat hij nooit meer een meisje zou vragen waarom haar benen niet gladder waren. Eens in de zoveel tijd draaide iemand zich hoopvol om naar het aanrecht. Alsof onze waterkoker opeens tevoorschijn zou komen.

Het werd donker. Iedereen was misselijk van de tosti’s. Er werd niet meer gespeculeerd. We staarden naar South Park op de televisie.

‘Biertje?’ zei Jojo. We gromden alle tien iets wat op ja leek. Ze begon blikjes de kring in te gooien.

Het werd middernacht. De ontstaansgeschiedenis van onze waterkoker werd besproken. Hoe we haar pas een paar maanden hadden. Haar? Ja. Zoals haar roestvrije staal glansde. Ze moest wel een haar zijn. We doopten haar Portia. Voor Portia hadden we een witte waterkoker gehad. Er was vermoedelijk meermaals cup a soup in gemaakt, want van binnen had ie alle kleuren van de regenboog. Op een dag stuurde Ab in onze groepsapp: Jongens, de waterkoker zit vol met aids. Dit kan zo niet langer. Drie dagen later kwam Sophie thuis met Portia. We hielden meteen van haar. Ze straalde een klasse uit die niet paste in onze rommelkeuken, maar die de belofte van een toekomst inhield. Een toekomst waarin ieder van ons een eigen keuken met een roestvrijstalen waterkoker zou hebben. Een toekomst waar we van droomden, maar die we voorlopig ook nog even wilden negeren. Voor zo lang als het mocht.

Het werd half twee. Ab hees zichzelf overeind van de bank. ‘Ik heb morgen college.’
‘Kut,’ zei Sophie, ‘Ik heb vanaf acht uur stage.’
Eén voor één droop iedereen teleurgesteld af naar zijn kamer.

Om vier uur werd ik wakker van mijn trillende telefoon.
Jojo: jongens ik ging zonet even een glaasje water halen in de keuken.
Ab: cool. doei.
Jojo: Portia staat er weer!
Ab: wat????
Sophie: nooooo!

Ik hoorde deuren opengaan in de gang. Blote voeten over het linoleum. Opgetogen stemmen in de keuken. Maar hiermee begon het grootste mysterie. Namelijk: wie had Portia tussen twee en vier uur ’s nachts teruggezet?

Ik wou dat ik het geweest was. Dan was ik de aanstichter van een gezellige hangdag waarop we ons alleen maar zorgen maakten om een waterkoker, kooktijden, of er nog een aflevering van South Park zou komen na de reclame, en de oprakende kaasvoorraad. Dan was ik er verantwoordelijk voor dat we een hele dag vergaten dat er ook nog een wereld buiten ons studentenhuis is waar veel ergere dingen gebeuren. Maar helaas. Ik sliep toen Portia terug in de keuken belandde.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)