Nieuwste onderwerp

Prepper

Lola en ik zijn op een feestje en we zijn dronken. Dat weet ik omdat ik de gezichten om mij heen nog maar nauwelijks herken. Hoewel Lola en ik elkaar al vijf jaar kennen en een paar maanden samen door Oost-Europa hebben gereisd, herken ik haar alleen nog maar aan het witte schoudertasje dat ze draagt.

Er is een tijd geweest waarin ik mensen veroordeelde die veel dronken op feestjes. Inmiddels weet ik eigenlijk niet meer zo goed waarom ik dat deed. Het is een levensstijl geworden waar ik me regelmatig bij aansluit en waar ik van geniet. Mijn grote roerganger op dit gebied is Lola.

Zoals wel vaker was het Lola die had bedacht dat we naar dit feestje moesten. Deze keer zei ze niet Wordt leuk, kom nou maar gewoon, want sinds het Ballengalabal waar ze me mee naartoe nam, weten we allebei dat Lola perfect aanvoelt of een feestje een interessante avond oplevert. Dus als ze me meevraagt zeg ik altijd ja.

Het is mijn allereerste feestje in een echt studentenhuis. Tot nu toe woonde ik in België en daar bestaan dit soort huizen niet. Keukens die met achttien mensen gedeeld worden. Zes koelkasten waarin bakjes diepbruine geworden filet americain een nieuwe bacteriënkolonie huisvesten. Kamers die eigenlijk meer kasten met een raam zijn. En dat alles in een flatgebouw waarin tien van dit soort achtienkamerige units zitten.

Nu woon ik niet meer in België en ben ik klaar voor het Nederlandse studentenleven avontuur. De muziek is anders dan ik me herinner. Ik snap niet waarom techno opeens zo hip is geworden in de paar jaar dat ik weg was. Waarom iedereen alleen nog maar water drinkt, lijntjes legt en pilletjes neemt. Ik voel me net een bejaarde die zegt dat vroeger alles beter was, maar ik weiger op deze muziek te dansen en al die pillen komen mijn lijf niet in.

Daarom staan Lola en ik al een paar uur in de gang waar één van de bewoners een jukebox heeft neergezet. We kennen alle nineties hitjes die ze draait en drinken wijn uit de flessen die we in onze hand hebben. We hoeven niks behalve dansen, en dat is precies waar we aan toe waren.

We lachen om een jongen die in een flamingopak voorbij komt. Een treintje meisjes met afwasbakken op hun hoofd, dat naar de voordeur loopt. Een ander groepje meisje rent er gillend achteraan. Iemand komt aanlopen met een trompet en speelt een totaal andere melodie dan die van de jukebox. Iemand blaast bellenblaas de gang in. We blazen de bellen richting elkaars gezicht. De stroom valt uit, maar onze jukebox draait op batterijen en speelt door. We high fiven elkaar omdat die kut techno eindelijk uit is. Slaan mis. Proberen het nog een keer. Slaan nog een keer mis. Knuffelen elkaar dan maar gewoon. Vanavond is niks ons probleem.

Opeens is Lola’s witte schoudertas verdwenen en staat een jongen van rond de dertig in een groen T-shirt naast me.
‘Hoe jij danst,’ zegt hij.
‘Hoe dan?’ zeg ik.
Ik buig mijn oor naar hem toe om het antwoord te horen. Dan herken ik de geometrische tatoeage op zijn onderarm. Ik sprak hem eerder op de avond. Hij liet me foto’s zien van zijn reis door Thailand, met zijn vriendin.
Hij zegt niks, maar kijkt me dromerig aan. Dan sluit hij zijn ogen en buigt voorover met zijn getuite lippen vooruit.
Ik duik weg. ‘Dit wil je niet,’ zeg ik,  ‘Je hebt een vriendin, weet je nog?’
‘Hoe jij danst,’ zegt hij nog een keer. Er komen tranen in zijn ogen. ‘We zitten in het eindstadium,’ zeg hij.
‘Wie?’ vraag ik. In mijn mistige brein spookt de gedachte rond dat deze man wel eens een doomsday prepper zou kunnen zijn. Zo iemand die ingeblikt voedsel, poedermelk en rubberboten spaart voor als de wereld overmorgen opeens onder water komt te staan.
‘Mijn vriendin,’ zegt hij en trekt me tegen zich aan, ‘We zitten in het eindstadium.’
‘Dit wil je niet,’ zeg ik nog een keer, en trek me los.
Hij kijkt me aan. Deze jongen die weg wil uit zijn leven waarin de komende veertig jaar al bijna helemaal uit te tekenen zijn. Die staat te huilen omdat hij hoopt dat ik hem aan een excuus help. En dat niet doe. Terwijl het nu of nooit is voor hem. Maar hij zelf niet durft in te grijpen.

Ik doe een paar stappen achteruit en verdwijn tussen de dansende mensen.

Misschien is dat waarom ik het nodig heb om te gaan dansen. Om te drinken. Om op feestjes te zijn waar we nog heel even kunnen doen alsof we zes zijn. Waar we tekenen op muren. Waar we overal behalve op de wc plassen. Waar we avonturen beleven die we nooit aan onze ouders zullen vertellen. Waar het bijna lijkt alsof de wereld buiten het feest niet echt is.

Misschien is het allemaal omdat ik wil vergeten dat ik ooit de jongen in het groene T-shirt zal zijn. Te oud voor al deze dingen, te jong om nu al te weten hoe mijn hele leven gaat lopen. Dát wil ik niet. Misschien is dat waarom ik dans en drink.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)