Nieuwste onderwerp

Massagenood 1

Het is weer eens zo ver, ik heb besloten dat een massage goed voor me gaat zijn. Ik vind een kortingscoupon voor een massagecentrum buiten de ring. Aangezien ik weinig mensen ken die dit soort salons kennen, besluit ik maar gewoon te gaan.

Ik druk op de bel van het huisnummer dat op mijn coupon staat. Het lijkt een gewoon woonhuis. Links van mij een gesloten garagedeur. Rechts van mij het keukenraam van de buurwoning.

Er komt niemand.

Ik voel me zes door het te doen, maar ik heb twintig kilometer gefietst  en massagenood, dus ik open de brievenbus.
‘Hallo?’ roep ik naar binnen.
Boven me gaat een raam open. Een Aziatische vrouw steekt haar hoofd uit het raam.
‘Jij kom voor massaasj?’
Ik knik. Zij lacht breed, knikt, en trekt het raam dicht.

Het blijft stil in het huis.

Ik vraag me af of de vrouw de masseuse is. Of ze eigenlijk een huismoeder is met vijftien jankende kinderen met een korstig snotspoor onder hun neus die me zo meteen allemaal met glinsterende oogjes zullen aankijken vanuit de hoeken van de schimmige woonkamer. Of ze stiekem een bedrijfje heeft opgezet terwijl haar man de hele dag worsten vult in een fabriek. Of ik haar straks zal moeten volgen door een volgestampte opslagruimte achter in hun appartementje. En of er achterin die ruimte, onder een dof peertje, een zesdehands massagetafel zal staan. En of één van die kinderen met glinsterende oogjes ergens tussen het strijkijzer en zakken vol gedroogde paddenstoelen panfluit zal spelen. En of dat kind daar dan later op de avond een extra schepje rijst voor krijgt.

En dan gaat de deur open. ‘Daag,’ zegt ze. Op het zwarte jasje dat ze draagt staat het logo van de salon.
‘Daag,’ zeg ik.
Ze doet een stap opzij en gebaart naar de gang achter haar. Ik stap over de drempel.

In de gang ligt parket. Aan de zachtgele muren hangen kunstig gepenseelde, ingelijste Chinese letters. Ik zie geen kinderen. We passeren deur, na deur, na deur. Op hoge tafeltjes in de gang staan bonsai boompjes. Het licht is warm en gedimd.

Aan het einde van de gang duwt ze een deur open. Ze gebaart dat ik op de wit lederen massagetafel mag gaan liggen. ‘Acupuncture, ja?’
Ik knik.
‘Doktel komt zo,’ zegt ze, en verlaat de kamer. Op het moment dat de deur dichtvalt begint er panfluitmuziek te spelen. Ik zie geen glinsterende kinderoogjes. Ik heb me weer eens teveel zorgen gemaakt.

De naaldendokter komt binnen. Althans, ik neem aan dat hij de dokter moet zijn. Ik zou niet weten wat een willekeurige Chinese man anders in deze ruimte te zoeken heeft. Hij draagt een niet zo dokterige nep-wollen trui en heeft een groot etui van rafelig nep-satijn bij zich. Hij knikt me toe en begint het etui uit te pakken op de tafel naast de mijne.
‘Pain where?’ zegt hij.
Ik wijs naar mijn nek en tussen mijn schouders. Hij gebaart me te gaan liggen.
‘First time?’ zegt hij.
Ik knik. Hij knikt terug. Hij ontsmet de binnenkant van mijn armen, en de muis van mijn handen. Opeens realiseer ik me dat ik ontzettend bang ben voor naalden. Ik wist wel dat er naalden worden gebruikt voor acupunctuur, maar toen ik dacht aan zo’n behandeling dacht ik meer aan het wellness aspect dan aan het feit dat er daadwerkelijk naalden mijn lijf in zouden moeten.
De dokter steekt een naald in mijn arm. Ik slaak een gilletje. Ik had er eigenlijk geen rekening mee gehouden dat dit echt pijn zou gaan doen.
‘Hoeveel naalden nog?’ vraag ik.
‘Seven,’ zegt hij.
Ik knik, al weet ik eigenlijk niet waarom. Er is niet zo veel aan deze situatie dat ik oké vind.

Er zitten acht naalden in mijn lijf, de dokter heeft net de kamer verlaten, en ik heb geen idee wat ik nu moet doen. Hij heeft niks gezegd. Misschien is het de bedoeling dat ik nu ontspan, maar doe dat maar eens met acht constante pijnprikkels. Ik knijp mijn ogen dicht en denk aan kleine kinderen die op panfluiten blazen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)