Nieuwste onderwerp

Oceaanogen

Ik was dertien en ik wist zeker dat ik de liefde van mijn leven had ontmoet.

Sytze was een half keer zo oud als ik, kwam uit de Achterhoek en studeerde nu muziek in Utrecht. We kenden elkaar van een kunstproject met jongeren uit de regio. Ik zag zijn donkere krullen en de zilveren ring om zijn rechtermiddelvinger en was verkocht. Vanaf het allereerste moment dat hij zijn keyboard inplugde ging het helemaal mis in mijn hoofd. Hij kon niet gewoon een beetje deuntjes pingelen en effectjes aanzetten, hij was een toetsenist. Ik realiseerde me toen voor het allereerst wat het betekende om muziek te maken.

De repetities voor het kunstproject waren een aaneenrijging van momenten waarop ik niet durfde. Ik durfde mijn haar niet vast te maken omdat je mijn gezicht dan helemaal kon zien. Ik durfde met iedereen maar niet met Sytze te praten. Ik durfde mijn thuis gesmeerde boterhammen niet op te eten tussen alle broodjes bapao en frietjes om me heen. En ik liet het wel uit mijn hoofd om me te mengen in de stoere muzikantenpraat tussen de jongens uit de groep, die instrumenten met namen als Lola en White Russian hadden.

Iedere zondagavond haastte ik me na de repetitie naar huis. Eenmaal daar kroop ik achter de computer om de dag uitgebreid op msn te bespreken met Lil, het enige andere meisje dat meedeed aan het kunstproject. Ze was zestien en daarmee zo volwassen als je maar kon zijn in mijn ogen, dus ik bewonderde haar mateloos. Ze droeg pikant ondergoed. Ze sprak het woord kut hardop uit. En ze nam de moeite om met mij te roddelen. We hadden het over alles, behalve over de liefde van mijn leven. Dat vond ik iets tussen hem en mij.

Er gingen weken voorbij waarin ik met zweterige plakhandjes msn’de met Sytze. Als hij begon met praten zodra ik online kwam was mijn dag gemaakt. Als ik zelf moest beginnen en hij vroeg hoe het met me ging ook. Als hij online was maar niet antwoordde, huilde ik mezelf in slaap van onzekerheid. Mijn begrip van wat liefde is, ging niet veel dieper dan elkaar niet negeren op msn.

Ik praatte met niemand over die paar uur van de week waar mijn hele leven om draaide. Over hoe ik al vanaf donderdag iedere avond vroeg naar bed ging zodat ik er op onze repetitiezondag fantastisch uit zou zien. Over hoe ik mijn huiswerk maakte tussen de momenten in dat hij online was. Over hoe ik hem hardop welterusten zei voordat ik ging slapen. Over hoe ik er van overtuigd was dat hij me zou horen als ik het maar met genoeg overtuigingskracht zei.

Na één van onze repetitiedagen stonden Sytze en ik samen op het station. De rest van de groep had de bus genomen. Alleen hij en ik moesten met de trein naar huis. Het was herfst en de zon stond laag en pal in mijn gezicht. Ik kon Sytze nauwelijks zien door het tegenlicht. Zijn krullen vlamden oranje op. Hij keek me aan. ‘Jij hebt oceaanogen, heeft iemand dat wel eens tegen je gezegd?’ vroeg hij.
Ik schudde ademloos van nee. Tot dan toe was mijn moeder de enige die diep in mijn ogen had gekeken.
‘Ik meen het. Er zitten van die lichtblauwe kringeltjes in je ogen. Een beetje zoals die lichtkringeltjes op de bodem van de zee.’
‘Dankjewel,’ wist ik met een loeirood hoofd uit te brengen.
‘O, het was geen compliment hoor, het is gewoon zo.’
Ik vond dat het toppunt van romantiek. Iets prachtigs aan iemand zien en het dan als een feit beschouwen, als iets wat in feite iedereen mooi vindt. Nog verliefder dan ooit tevoren treinde ik naar huis.

Toen ik thuiskwam had ik een smsje van Lil.
Sytze en ik hebben vanmiddag gezoend toen we gingen roken. EINDELIJK. We gaan donderdag op date. Op zijn initiatief!!

Ik wilde ergens sterven in een hoekje. Ik wilde de ondergaande zon kapot gooien. Ik wilde Sytze’s krullen eraf scheren. En ik wilde nooit meer op msn. Ik was dertien en ik beloofde mezelf dat ik nooit meer verliefd zou worden.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)