Nieuwste onderwerp

Chinamercy 1

De tafels waaraan ik mijn tentamens maak zijn ontworpen voor mensen met dwerggroei of een absurd kort bovenlijf. Ik ben veel, maar geen dwerg of absurd kort bovenlijf hebbende.

Na dag twee maakt mijn nek het geluid van een verroest harnas als ik mijn hoofd optil. Ik besluit mezelf te verwennen na mijn laatste tentamen, en wel met een massage. Niet zo’n slappe olie-inwrijfmassage, maar een echte. Een Chinese.

Ik krijg een straatnaam van een vriendinnetje. Volgens haar zit er daar een. Een échte, zonder Gooische R.

Ze noemen hun salon een Medical Centre, en hun belangrijkste masseur heet Dr. Hu. De website is opgesteld in slecht Nederlands en is zo kitscherig lelijk dat het alleen maar authentiek Chinees kan zijn. Dit wil ik. Ik bel.

‘Hallo,’ zeg ik.
Een vrouwenstem ratelt een meervoud aan Chinese zinnen. Ik hap sprakeloos naar adem. Ik voel me zoals ik me voel als ik bel en er onverwachts in het Frans wordt opgenomen: ik zoek naar woorden die ik al jaren niet meer heb gebruikt, maar die nog wel ergens in mijn achterhoofd sluimeren. In het geval van Frans komt er dan vaak nog wel een soort ‘ciao’ uit, maar in het geval van Chinees komt er niks. Want er sluimert helemaal geen Chinees in mijn achterhoofd.
‘Hallo, met Marlies?’ probeer ik.
‘Aaah, goedemiddag!’
Ik haal opgelucht adem. ‘Hoi. Ik wilde graag een afspraak maken voor een Tui Na massage.’
‘Vool wat?’
‘Een massage. Zo’n… Ja. Ik spreek het vast verkeerd uit. Tui na?’
‘Tui na…?’
‘Tui na?’
‘Tui na? Aaaah! Tui ná! Ja. Jaja.’
‘Ja,’ zeg ik.
We maken de afspraak, de dag na mijn laatste tentamen.
‘Dag Mallies,’ zegt ze.

Op vrijdag ben ik bij de salon. Op het raam is niet Medical Centre maar Mercy Centre geschilderd.
Een man zit aan een miniscuul bureautje tussen plafondhoge kasten met glazen potten vol gedroogde plantaardige substanties. Hij draagt een witte jas.
‘Dr. Hu?’
‘Mallies?’
We knikken elkaar toe. Hij staat op en pakt mijn hand vast. Hij kijkt me diep in de ogen. ‘Welcome, young sensei,’ zegt hij.
Hij gebaart me hem te volgen en leidt me een hokje in dat vol hangt met anatomische posters. Over de massagetafel ligt een stuk papier. Dr. Hu voelt aan het hoofdeinde van de tafel. Kijkt me aan. Dan slaat hij met zijn vuist dwars door het papier heen. Ik slaak een gilletje. Hij wijst verontschuldigend naar het gat. Het is de uitsparing aan het hoofdeinde waar straks mijn gezicht doorheen moet. De tafel heeft er een uitsparing voor. Het papier nu ook.
Hij gebaart naar mijn kleren.
‘Uit.’
‘Alles?’ vraag ik vertwijfeld. Chinese spierwonderdokters zien vast alles, energiebanen en draken incluis, maar toch voel ik er niet veel voor om voor zijn ogen al mijn kleren uit te trekken.
Maar hij knikt. ‘Alles.’
Dan maakt hij met zijn handen een bh voor zijn borst en schudt daar nee bij. Godzijdank. ‘Broek niet.’
Ik kijk naar mijn panty en rok. ‘Onderbroek?’
‘Broek aan.’
Ik knik. Dan laat hij me alleen.

« terug naar blog

One response to “Chinamercy 1”

  1. Gina Miroula

    Jaaaaah! Jij durft ook alles. Ik ben trots.

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)