Nieuwste onderwerp

Kassa-aura

De rij voor de kassa is eindeloos.

Voor mij een jongen die zo te zien regelrecht uit de sportschool komt en daarna door de regen heeft gefietst. Althans, ik hoop dat de druppels op zijn gezicht regen zijn. Anders komt hij wel heel erg regelrecht uit de sportschool.

Mijn boodschappen komen centimeter voor centimeter vooruit op de band. Dan zie ik dat er niks van hem op de band ligt.

‘Wat wilt u kopen?’ vraagt het meisje achter de kassa.
Hij haalt zijn schouders op. ‘Zoveel. Maar nu even niks.’
‘Waar kan ik u dan mee helpen?’ vraagt ze. Er valt een stilte. Ik zie haar de vraag weer willen inslikken. Denken aan de vuige verzoeken die hier op kunnen volgen.
‘Ik ben geen klant,’ zegt hij, ‘Ik ben gewoon een leuk persoon.’
‘O,’ zegt ze.
Hij steekt zijn hand naar haar uit, over haar display, zijn vingers raken bijna de bak waar haar munten en biljetten inzitten. Veel te ver  in haar kassa-aura. Ze kan niet anders dan de hand vastpakken en hem schudden.
‘Dankjewel,’ zegt hij. Hij laat haar hand los, en wandelt de winkel uit. De schuifdeuren zoeven voor hem open. De straat is kurkdroog.
Het meisje staart sprakeloos voor zich uit.

 

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)