Nieuwste onderwerp

Ballengalabal

‘Het is zat-dag,’ zegt Willem-Jan-Frederik, en slaat zijn zevende biertje van dit uur achterover. Het lijkt een verontschuldiging tegenover een kritische opmerking die ik helemaal niet heb gemaakt.

Ik bekijk WJF, de jongen die vanavond alles voor me betaalt, maar van wie ik niet veel meer dan zijn leeftijd en zijn voornaam weet. Hij zit naast me aan tafel bij het diner dat voorafgaat aan het gala. De bal die zelf geen date kon regelen en nu met een wildvreemde, subsidievretende kunststudent (vriendin-van-het-vriendinnetje-van) zit opgescheept. Er druipt bier van zijn kin op zijn kraakwitte zijden overhemd. Daar gaat weer honderd euro aan vakmanschap, denk ik.

Er lagen drie vorken en drie messen naast mijn bord aan het begin van de maaltijd. De kaarsjes knipoogden sfeervol. De muziek was zacht en klassiek. Toen voelde ik me nog verbazingwekkend op mijn gemak.

Inmiddels wordt er happy hardcore gedraaid voor en bier gegooid naar de enige Brabander van de vereniging. De tafel is leeg en het witte tafelkleed is onherstelbaar besmeerd met alles wat naast onze monden viel. Het meisje tegenover me heeft kaarsvet in haar decolleté. Ze lijkt het niet te merken.

Ga je mee naar een gala dit weekend? smste Lola op donderdag.
Altijd, stuurde ik terug.
Alles wordt voor je betaald en we halen je op van station Deventer.
Gek, dat ga je niet allemaal voor me doen
, stuurde ik.
Doe ik ook niet, stuurde ze. Dat geld komt van je date en de limo is van de vereniging.
Date?
stuurde ik. Vereniging?
Wordt leuk. Kom nou maar gewoon.
Dus dat deed ik.

En nu zit ik naast een jongen met een naam die zelfs nuchter niet uit te spreken is. Die blijkbaar voor iedere dag van de week een nieuw excuus verzint om zich net niet dood te zuipen. Vandaag is het dus zaterdag zat-dag op de vereniging. Want zij, zij leven niet in de echte wereld, zij zijn lid.

Gert-Gerard staat op en duwt zijn stoel naar achteren. De stoel valt op de grond.

‘Landgenoten!’ schreeuwt hij. Iedereen joelt. ‘Vieze venten en veel te schone dames… Ik wilde nog fucking veel zeggen over moraal en liefde en broederschap, maar met al die halfblote tieten ben ik het helemaal kwijt. Dus gewoon godverdomme naar de dansvloer allemaal.’

Iedereen springt op. Ik probeer oogcontact te krijgen met Lola. Ze is helemaal aan het ander uiteinde van de tafel, veilig tussen haar vriend en de beste vriend van haar vriend. Maar Lola is dronken. En als ze dronken is herkent ze geen gezichten meer.

Ik begin me een weg naar haar toe te banen. Dan grijpt een hand mijn bovenarm. Het is Willem-Jan-Frederik. ‘He,’ zegt hij.
‘He,’ zeg ik.
Hij kijkt zoals ik hem de hele avond nog niet heb zien kijken. Hij kijkt als een langs de snelweg achtergelaten labrador. In feite is hij dat ook een beetje, als bal die zelf geen balmeisje kon regelen. En waarbij het ingevlogen niet-ballerige balmeisje ook nog eens wegloopt.
‘Ga je nu al bij me weg?’ Hij probeert het te doen klinken alsof het hem niks uitmaakt.
In mijn ooghoek zie ik Lola de eetzaal uit lopen. Ze is mijn aanwezigheid op het feestje totaal vergeten.
‘Natuurlijk niet,’ zeg ik. ‘Laten we dansen.’
‘Dat kan ik niet,’ zegt hij.
‘Dan ga ik alsnog bij je weg,’ zeg ik.
WJF kijkt zo zielig dat ik hem bijna wil aaien. Ik besluit het niet te doen. Hij is immers niet echt een labrador.
‘Helpt bier?’ vraag ik.

We staan tegenover elkaar op de dansvloer. We houden onze alibi-drankjes stevig vast.
‘Noemt iedereen je nou echt Willem-Jan-Frederik?’
‘Nee,’ zegt Willem-Jan-Frederik.
‘O,’ zeg ik.
‘Wil je me graag zo noemen dan?’
‘Dat was mijn vraag niet,’ zeg ik.
‘Zeg maar Barry,’ zegt hij, ‘Dat doet iedereen.’
Opeens voel ik me intens verdrietig. Om de manier waarop iedereen om me heen zijn rokkostuum van tweehonderd euro aan gort helpt door een combinatie van drank morsen, kots en op de grond uitgevoerde pogingen tot breakdance. Om hoe ze dat totaal niet erg vinden. Om hoe iedereen om me heen alleen maar gaver probeert te zijn dan de mensen die naar hem staan te kijken. Om hoe er een jongen van achttien in een plantenbak staat te kotsen. Om hoe zelfs de plant in die plantenbak nep is. Om de jongen tegenover me die zegt dat ik hem ook best Barry mag noemen omdat iedereen dat doet. Die misschien zo nog gaat zeggen dat Elmo ook goed is.
‘Is WJF ook goed?’ vraag ik.
Hij zucht vermoeid. ‘Wil Je Fucken.’
‘Sorry?’ zeg ik.
‘Nee niks,’ zegt hij. ‘Ik heb een beetje genoeg van multi-interpretabele bijnamen.’
‘Dus toen werd het Barry.’
Hij kijkt me lang aan. ‘Ik heb het ook niet bedacht.’ Dan neemt hij een grote slok bier.
Ik besluit niks te zeggen.
Dwars door de zaal wankelt een jongen met een bierhelm naar de plantenbak. Die met die plastic plant. Die waar de jongen van achttien nog steeds boven hangt. De jongen met de bierhelm pakt de rand van de plantenbak vast en begint te kotsen. Het klettert over de handen en de blouse van de jongen van achttien. Die merkt het niet eens. Ik zie dat Willem-Jan-Frederik ook kijkt. Vol afkeuring.
‘Wat een topavond,’ zeg ik.
‘You only live once,’ zegt Willem-Jan-Frederik. Dan beginnen we allebei te lachen.
‘Wat vind je van Willem?’ zeg ik.
‘Ja,’ zegt hij. Hij glimlacht voor het eerst. ‘Dat lijkt me fijn.’
We staan nog steeds tegenover elkaar met onze alibi-drankjes. Hij gooit het laatste beetje bier achterover. ‘Zullen we iets leuks gaan doen?’
Ik gooi mijn laatste beetje rosé achterover. ‘Dat lijkt me fijn.’
Ik haak mijn arm door de zijne. We wandelen naar de deur van de danszaal. Ik zie Lola met een andere goede vriend van haar vriend zoenen. Ik zie een kleine jongen een meisje met een uitgescheurde split vuig tongend tegen een wand duwen. Ik zie een condoom op de grond liggen. Ik zie een jongen out gaan met zijn hoofd op een statafel. Ik zie de statafel en de jongen samen op de grond vallen. Ik zie er niemand op af lopen.
‘Waar wil je heen?’ vraag ik.
‘Naar ergens waar mensen zich morgen vandaag nog herinneren,’ zegt Willem.
‘Kunnen we dat wel zomaar doen?’
Willem kijkt op zijn Rolex. ‘Zat-dag is officieel al negenendertig minuten voorbij. Ze zien maar.’

 

 

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)