Nieuwste onderwerp

Pindakaasavond

Het is drie uur ’s nachts. Ik zit op mijn vensterbank en schep pindakaas rechtstreeks vanuit de pot in mijn mond.

Ik doe dat niet omdat ik het lekker vind. Ik doe dat niet omdat de nacht zo sereen en stil en geschikt voor stiekem eten is. Ik doe het omdat het licht bij mijn overbuurman nog aan is.

Wat voorafging.

Sinds een paar maanden woon ik op de bovenste verdieping van een onverwoestbaar, betonnen gebouw. Je zou de benedenverdieping op kunnen blazen en de rest zou blijven staan. Dat gevoel. Daarbij woon ik zo hoog dat ik door de raampjes van de op Schiphol landende vliegtuigen naar binnen kan kijken. Dat doet iets met een mens. Als ik weer eens sta te ontbijten voor mijn raam en zwaai naar langs vliegende Chinezen, voel ik me een onverwoestbare God op eenzame hoogte.

Ik ben me er altijd bewust van geweest dat er aan de overkant van de straat een hotel staat dat bijna even hoog is als mijn gebouw. Maar het boeide me niet. De suite op de bovenste verdieping was, op een kartonnen figuur na, toch altijd leeg. Ik danste in mijn handdoekje door mijn kamer bij de ochtendradio, en voelde me zeldzaam ongezien.

Tot ik een paar weken geleden ontdekte dat de kartonnen figuur weg was. Ik registreerde het. Verder maakte het me weinig uit. Maar toen stond hij er weer ’s avonds. En toen begon het kartonnen figuur redelijk on-kartonnig naar de minibar te lopen en er iets uit te halen, om weer in dezelfde houding als altijd voor het raam te gaan staan. Ik had destijds de gewoonte om iedere avond voor het slapengaan twintig minuten lang door mijn kamer te dansen in mijn ondergoed. Na die avond stopte dat.

Het daarna, nu dus. 

Ik neem wraak op de niet-kartonman door zodra ik thuiskom pal voor mijn raam veel doodsaaie dingen te doen. Het liefst tot diep in de nacht, zodat hij urenlang wakker blijft omdat hij hoopt dat er nog iets komt.

Soms doe ik een uur lang alsof ik tegen mijn planten praat. Soms laat ik mijn mond zo ver mogelijk openzakken en kijk dan urenlang naar voorbijrijdende auto’s, beneden op straat. Ik knip mijn nagels boven de vensterbank. Ik drink er liters water en blijf er uitdagend broodnuchter onder.

En vanavond is het dus pindakaasavond. Ik kan weinig dingen bedenken die ik als man meer onsexy zou vinden. Het kan me niet schelen hoeveel potten ik leeg moet scheppen, maar ik ga net zolang door tot hij in slaap valt.

Eigenlijk moest ik nog studeren vanavond. En had ik een date. En ik zou optreden. En skypen met de andere kant van de wereld. Maar dit is zoveel mooier.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)