Nieuwste onderwerp

Fietsenfluisteraar

Ik en mijn fietsenmaker sturen de hele dag berichtjes over het onvindbare gat in mijn achterband.

Hij woont in mijn buurt en doet buiten werktijd voor een vriendenprijsje simpele reparaties. Ik blijf meestal even hangen als ik langsga om een gerepareerd rijwiel op te halen. Van mij hoeft hij niet eens te praten. Het is genoeg om zijn sterke, vetzwarte handen doeltreffend hun werk te zien doen. Tandwieltjes te zien schoonwrijven. Wielen te zien losdraaien. Lekke banden te zien badderen.

Aan het begin van de avond belt hij me. Of hij het ook morgen mag afmaken.

Ik ben even sprakeloos. Dat heeft hij nog nooit gedaan. Mijn volledige dag trekt versneld aan me voorbij. De tweeëneenhalf uur trams en metro’s. De uit zelfmedelijden volledig leeggevreten zak chocoladehazelnoten. De misselijkheid ten gevolge daarvan. De zwerver die bij het tramhokje tegen mijn schouder aan in slaap valt. Hoe is van zijn stank nog veel misselijker word. Hoe de tram maar niet komt. Hoe het begint te regenen. Hoe de zwerver daardoor nog meer begint te stinken. Hoe de tram toch nog komt. Hoe mijn OV-chipkaart leeg blijkt. Hoe het nog drie kilometer lopen is naar de dichtstbijzijnde supermarkt.

‘Maar…’ zeg ik. Ik kan wel janken. Het enige wat mijn dag nog had kunnen redden was om heel even, gewoon tien minuten, te mogen kijken hoe zijn handen een ketting smeren. Of een ventieltje open en dicht draaien. Of alleen al te zien hoe hij zijn rechterhand over een fietsframe laat gaan. Alsof hij iets zoekt. Alsof hij er mee praat.
‘Of heb je hem echt nodig?’ humt hij zachtjes, met zijn fietsenfluisteraarsstem.
Ik knik. Een totaal onpraktische reactie bij een telefoongesprek. Maar hij begrijpt me.
‘Dan maak ik hem vanavond af,’ bromt hij.
‘Dankjewel,’  zeg ik, en slik een paar tranen weg. ‘Doe maar wanneer je tijd hebt. Vanavond dan wel. Maar ik ga niet meteen na Sesamstraat naar bed hoor.’
Als antwoord grinnikt hij warm. Dan hangt hij op.

Het is dat ik geen televisie heb, maar ik durf te wedden dat Sesamstraat nog maar net is afgelopen als ik op de bank in slaap val.

Mijn telefoon bliept. Het is 23:55 en hij stuurt: Weet je zeker dat-ie lek is?
Weet je zeker dat je fietsenmaker bent? stuur ik. Ik wil niet toegeven dat ik al drie uur lang liever in mijn bed had gelegen. Dat hij en zijn magische werkhanden de enige reden zijn dat ik het niet al lang gedaan heb. Dat ik niet snap waarom ik zo laat op de avond pas belangrijk ben.
Het is ook maar een hobbystuurt hij.

Het is een uurtje stil.

Dan.
Ik heb je gat gevonden. Kom maar hier.
Super chill, stuur ik, terwijl ik dat al minimaal vijf jaar niet meer zeg.

‘Ik heb je ketting ook nog even ingevet,’ zegt hij. Hij streelt zachtjes langs de schakels.
Ik voel een steek. Ben ik nou jaloers op een fietsketting?
‘En nu ook je vingers,’ zeg ik.
‘Wat?’ hij laat de ketting los, kijkt op, raakt met zijn hand zijn kaki broek.
‘Dat je ook je vingers hebt ingevet. Én je broek.’
Hij bestudeert zijn broek en haalt dan zijn schouders op.
‘Ben je klaar voor vanavond?’ vraag ik.
‘Jep,’ zegt hij, en ik vind het een van de coolste antwoorden die ik ooit heb gehoord. Ik besluit het vaker zelf te zeggen. Misschien kom ik er mee weg.
Hij trekt een theedoek uit zijn achterzak en veegt zijn hand er aan af. ‘Vooral mijn vriendin vindt het ontzettend leuk.’
Ik deins achteruit. ‘Ah,’ zeg ik, ‘Ja. Ja dat snap ik wel.’
Al heb ik geen idee wat zijn vriendin zo ontzettend leuk vindt. Of eigenlijk heb ik juist wel een idee. Maar ik wil er niet bij nadenken dat zij ook al die dingen over mijn fietsenfluisteraar denkt. En dat zij de hele dag naar zijn handen mag kijken. En dat zij er niet eerst voor door glas heen hoeft te fietsen.

Hij stopt de doek terug in zijn zak. Het is duidelijk dat ik nu weg moet. ‘Tot de volgende he?’ zegt hij.
Mijn ‘jep’ blijft in mijn keel steken.

 

« terug naar blog

One response to “Fietsenfluisteraar”

  1. Reintje Gianotten

    Ook ik heb van die vertrouwingwekkende fietsenmakers, al zijn het vrouwen. Dat ze zo goed voor jouw rijwiel zorgen, maakt ze geliefd. Heb je mooi verwoord.

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)