Nieuwste onderwerp

Dwerggeitensokjeskwast 3

En dan breekt de dag aan dat mijn moeders vaste kleur oogschaduw op is. We zijn samen aan het winkelen. We komen langs een cosmeticazaak. Zij wil naar binnen.

En zo gebeurt het dat ik opeens in een als poederdoos vermomde, hel-voor-fijngevoelige-neuzen binnenstap. De Douglas.

De vaste kleur van mijn moeder blijkt al zes jaar niet meer in omloop. De vrouwelijkste man die ik ooit had gezien biedt aan even wat kleurtjes aan te brengen, als proef.  Lekker samen zoeken. Ik vind er niks lekkers aan. Maar mijn moeder laat zich in een zachte stoel zetten en inkleuren met een van de tientallen kwastjes die in de riem van de man steken.

‘En jij?’ vraagt de jongen.
Ik voel me betrapt. Ik sta al minutenlang rond te schuifelen als het prototype meisje dat niet wil laten zien hoe verschrikkelijk misplaatst ze zich voelt.
‘Ik… Wat bedoel je?’
‘Wat gebruik jij graag.’
‘Niks,’ zeg ik. ‘Ik vind mezelf zo wel leuk… genoeg.’ Ik hoop dat hij me gelooft en er verder over ophoudt. Maar ik zie hem naar de schilfers op mijn voorhoofd kijken.
‘Ik heb een moeilijke huid,’ zeg ik.
‘Dat bestaat niet schat. Je moet gewoon het goede product vinden. Maar hoe maquilleer jij jezelf?’
‘Sorry?’
‘Wat voor make-up gebruik je?’
‘Niks,’ ik zie zijn omlijnde lippen openzakken, ‘Niks meer,’ voeg ik er aan toe. ‘Dat veegt dan uit. En dan kun je niet aan je eigen ogen zitten.’ Ik besluit te zwijgen over crackhoeren bij kerstverlichting en bruinediscopanda-ogen Mijn moeder zit er tenslotte naast.
‘Maar schat, er is zoveel mogelijk, als je nou…’
‘Nee. Geen oogschaduw. Niet meer.’
‘En lippenstift dan?’
‘Ik heb een litteken in mijn lip. Dat ziet er echt kut uit.’
‘Dat kun je ook weer wegwerken,’ zegt hij nuffig.

We gaan naar huis met een potje Suede Nude oogschaduw en een aanbrengkwastje gemaakt van de sokjes van dwerggeiten. De jongen heeft er precies zo een in zijn gordel zitten en mijn moeder was laaiend enthousiast over het effect.

‘Zou jij dat nou niet willen?’ vraagt ze zodra we eindelijk in de buitenlucht staan. Ik antwoord niet, maar snuif de heerlijke geur van vieze dingen op die in de winkelstraat hangt.
‘Zo’n setje?’ zegt ze, ‘Krijg je van mij. Kan die leuke jongen het je allemaal uitleggen.’
‘Nee,’ zeg ik. ‘Nee dankje.’
Daar kom je mooi zestien jaar te laat mee, denk ik. Laat nu ook maar.

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)