Nieuwste onderwerp

Dwerggeitensokjeskwast 1

Ik ben nooit het type mens geweest dat wist wat ze met make-up aan moest.

Ik was vijf en verliefd op het enige jongetje in mijn straat. Op iedere buitenspeeldag trok ik mijn enige roze jurk aan, wierp mijn haren over mijn schouders, stak mijn buikje naar voren omdat ik dacht dat ik dan rechtop stond, en paradeerde heen en weer op de paar meters stoep voor mijn huis. Ik ging nooit verder dan de tuin van onze buren. Ook toen al realiseerde ik me dat onbereikbaar zijn begeerbaar zijn betekent.

Maar er broeide iets. In mij groeide het besef dat er mogelijkheden moesten zijn om me te onderscheiden. Om anders te zijn dan al die andere meisjes in mijn straat die met hun roze jurkjes voor hun tuin op en neer paradeerden en oneindig veel harder to get waren dan ik.

Daarom vroeg ik voor mijn zesde verjaardag make-up. Van mijn ouders kreeg ik het natuurlijk niet. Die geloofden in opvoedkundig verantwoorde cadeaus zoals doodsaaie eerste leesboekjes. Het was mijn buurvrouw die op mijn zesde verjaardag mijn lang gekoesterde wens vervulde. Ze deed me een doosje met oogschaduw in vijf pasteltinten cadeau. Ze roken naar kauwgom en goedkope luchtverfrisser en ik was er dolgelukkig mee.

Ik sprong de hele namiddag op de bank. In mijn ene hand het make-up doosje en in mijn andere mijn beste knuffelvriendin Haas. Toen ik moe was gesprongen ploften we samen op de bank. We hadden allebei geen idee wat we met dat doosje vol opvalpotentie moesten. Ik durfde niet. Stel nou dat ik het uit zou vegen. Stel nou dat het me eigenlijk heel lelijk stond maar de andere meisjes het uit rancune niet zouden zeggen. Stel dat het af zou vegen aan de vacht van Haas. Mijn moeder was het nog steeds niet eens met de combinatie Marlies en make-up, en liet me lijden op de bank.

En zo bleef het doosje in een lade liggen totdat mijn nichtjes zes werden en mijn moeder het aan hen door kon geven.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)