Nieuwste onderwerp

Korsakov

De vrouw voor me zet vier halve liters bier van het huismerk op de boodschappenband. Ze draait zich naar me om.
‘Ze zijn net bij me thuis geweest.’
‘Wie?’ vraag ik.
‘Mensen van de inrichting. Ze hebben de knoop doorgehakt. Intens hoor.’
‘Intens ja,’ zeg ik. ‘En?’
Er kringelt een traantje van haar gerimpelde ooghoek over haar wang. Het lijkt alsof hij daar een nieuwe rimpel achterlaat.
Ze schudt haar hoofd. ‘Dwangopname. Zodra er iets vrijkomt. Ze denken dat ik korsakov heb.’
Ik doe mijn best om het gesprek te beëindigen. Kijk haar niet aan. Focus mijn aandacht op mijn krat met boodschappen. Een paprikastoplicht waarvan de rode paprika als altijd oneerlijk klein is. Een broccoli voor mijn zelf te maken quiche. Biologische eieren. Humus. Pure chocolade met hazelnootjes.
Ze zoekt mijn ogen. ‘Intens he?’ zegt ze. Ik knik en begin mijn boodschappen op de band te leggen.
‘Onze stamkroeg heette de Korsakov,’ zeg ik.
‘Waar is dat?’ vraagt ze.
‘Antwerpen,’ zeg ik.
‘Zo, dan moet het wel een geweldige kroeg zijn geweest, als jullie daar helemaal voor naar Antwerpen gingen.’
‘Ik woonde in Antwerpen toen. Zo leuk was het er niet hoor. Het was meer zo dat iedereen naar de Korsakov ging.’
Ze kijkt me sprakeloos aan. In een andere situatie was dit misschien een hilarische grap geweest, ware het niet dat de vrouw tegenover mij vrij letterlijk naar de korsakov is gegaan en nu misschien wel voor de rest van haar leven in een steriel hokje moet zitten. Om zich ieder uur opnieuw af te vragen of het nou nog steeds maandag is. Of haar moeder al is overleden of dat ze het heeft gedroomd. Of ze de zomer heeft gemist of dat ie helemaal niet heeft plaatsgevonden dit jaar.
‘Intens,’ zegt ze, ‘In-tens.’
‘Wat?’ vraag ik.
‘Ze zijn net bij me thuis geweest.’
‘Wie?’ vraag ik.
‘Mensen van de inrichting. Ze hebben besloten. Dwangopname.’ Ze kijkt hoe mijn paprika-stoplicht haar inhaalt op de boodschappenband. En al mijn andere veel te gezonde yuppie dingen. ‘Ze denken dat ik korsakov heb,’ zegt ze, ‘Wat denk jij?’

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)