Nieuwste onderwerp

Gaykelder 2

Er is een kooi. Een danskooi. Vol halfnaakte mannen met onnatuurlijk gespierde torso’s die met hun kruis tegen de tralies wrijven. Dit bestaat dus echt.

Ik zoek de dj. Voor zijn draaitafel staan is fantastisch. Dan is het net alsof ik zelf de God ben die deze wereld van deinende lijven levend houdt.

Een arm om mijn middel. Een hand op mijn schouder. Ben je eindelijk in een club vol mannen die op mannen vallen, wordt er weer aan je gezeten.
‘Wat moet je?’ schreeuw ik boven de muziek uit, en draai me om naar het lijf bij de armen.
En daar staat Jim. Mijn beste vriend van de middelbare school. We  zien elkaar gemiddeld twee keer per jaar. Bijeenkomsten waarbij ik water en hij veel wijn drinkt, we veel te dure verse pasta eten en wel tien keer zeggen dat we elkaar vaker moeten zien.
We knuffelen. We zeggen dat we elkaar al zo lang niet hebben gezien. Jims haar is langer dan ik me herinner. En hij heeft een ringetje in zijn oor. Hij draagt lipgloss. Het strikje om zijn nek is zijn favoriete. Dieppaars met felgroene bloemen.
‘Wat ben je mooi!’ roep ik.
‘Wat ben jij nog koud!’ roept hij. Hij trekt me mee naar een minder drukke plek op de dansvloer. Jim hoeft niet bij de draaitafel te staan om te illusie te hebben dat hij de dansers dirigeert. Jim is een geboren discogod. Hij heeft alleen maar een beetje ruimte nodig.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Etgar Keret, Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, The Neverending Story, Chicken run.

Wat schreef ik?

The Ballet of Service (documentaire, 2020). Traag naar de Hemel (documentaire, 2019). Anita's Roedel (documentaire, 2018). Onderbeds (korte film, 2015). Weekend Warriors (korte film, 2015).

Quote

'With everything I create I try to make people fall in love with humankind a bit more.' (Etgar Keret)