Nieuwste onderwerp

Onderweg

Ik zit voor het eerst van mijn leven in een eersteklas treincoupé en trek een wc-rol uit mijn tas.

De situatie. Tegenover me zit Jonne. Klasgenoot. Partner in het maken van  te vergaande grappen. Hij deelt de eerstklascoupéprimeur niet, maar is blij om er tijdens mijn eerste keer bij te zijn. Naast hem zit een te zware man met een lief gezicht.

Het is om mensen zoals hem dat alles in de eersteklas vier centimeter breder is, app ik naar Jonne.

Jonne wijst op de prullenbak. Zelfs die is breder dan normaal. We lachen.

Het feit dat we elkaar appen in plaats van spreken is overigens niet de schuld van ons als verdorven, niet meer tot direct sociaal contact in staat zijnde generatie. Het is de schuld van de NS. Het was niet eens de bedoeling om ons in de eerste klas te nestelen, laat staan in een stiltecoupé. We werden voortgestuwd door een massa treininstappers en vonden het te belachelijk om in de eerste klas te blijven staan omdat we niet voor een zitplaats hadden betaald. Onze juist op gang gekomen existentiële discussie valt lastig non-verbaal te communiceren, en daarom appen wij. Die existentiële discussie ontaarde overigens al snel in een gesprek over de datebaarheid van de vijftiger naast hem, het feit dat hij waarschijnlijk nog steeds maagd is, of zijn seksloosheid besmettelijk zal werken, foto’s die we van elkaar nemen en het excuusboek van de man die naast mij op de grond zit en al tien minuten naar dezelfde pagina staart.

En nu ligt er dus een wc-rol op mijn schoot. Ik was nog nooit zo verkouden.
Doe dan, appt Jonne. Dan koop ik een warme chocomelk voor je.
Normaal gesproken gebruik ik zakdoekjes, maar als je twee weken lang snipverkouden bent en studeert zoek je naar budgettaire oplossingen voor je snotlozing. Ik ontrol een halve rol per dag.
Als je snot morst krijg je er slagroom bij.
Dit is geen willen,
stuur ik, dit is moeten.
To snot or to die
, stuurt Jonne.
#YouOnlyDieOnce, stuur ik.

Zorgvuldig scheur ik drie velletjes af en vouw die dubbel. Als een schorre misthoorn schalt mijn snuiten door de coupé.

De zuidassers kijken. Maatpakken knisperen door de roterende rompen. Chique puntig toelopende schoenen knerpen terwijl ze schuiven over de vloer.

Twintig jaar geleden waren ze mij. Ziek van te veel te weinig slaap. Schor van gesprekken waarin de hele wereld werd opgelost. Puistjes van te goedkoop eten. Zwalkend over straat alsof het een beoefenbare sport was. Nu betalen ze acht extra euro’s om hun te dik geworden pens vier centimeter extra ademruimte te geven. Acht euro’s die ze in het verleden aan bier zouden hebben uitgegeven.

Ik ben blij bij mijn eigen generatie te horen. Wij hoeven nog even niet. Wij kunnen nog even pissen in de bosjes. Wij kunnen nog kotsen tot we bijna God zien. Wij snuiten onze neus in wcpapier en lachen om al die mensen die doen alsof ze zich daar te goed voor voelen. En we proberen te vergeten waar we zelf over twintig jaar zijn.

Volgens mij ben jij na vandaag niet meer welkom in de eerste, stuurt Jonne.

« terug naar blog

One response to “Onderweg”

  1. Jenne

    Deze is echt mooi, smeenster!

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)