Nieuwste onderwerp

Rattenmat

Zelfs toen ik in het buitenland woonde was er één ding waarvoor ik altijd terugging naar mijn ouders: mijn kapster.

Ze heet Hillie. Op haar rechter onderarm was een vervaagd zwartgrijs ankertje getatoeëerd. Haar haren droeg ze kort pittig blond. Aangezien dat haar dubbele onderkin extra dubbel deed uitkomen wantrouwde ik haar aanvankelijk. Maar zodra ze haar handen in mijn krullenbos zette voelde ik dat het goed was.

Dus iedere zes maanden onderwierp ik me aan een halfuur vol anekdotes over haar “suiker”, bamischijven op de late avond en cholesterol. Ze wist dat ik iets creatiefs in het buitenland studeerde, waar ze zeer professioneel interesse voor veinsde te hebben. Als actrice in opleiding studeerde ik dus eigenlijk om in GTST te gaan spelen? Ja, zei ik, ja, dat is wat we de hele dag doen op school. GTST naspelen.

Als vrouw met krullen is het moeilijk om een kapper te vinden die je haar begrijpt. En daar kun je om lachen, maar ik heb er vaak genoeg een half jaar lang uitgezien alsof ik met los haar in een cabrio heb gezeten. Of mijn vingers in een stopcontact had gestoken. Of alsof iemand een wigwam van mijn haar had geprobeerd te knippen, met mijn neus die als een bleke indiaan uit die wigwam tevoorschijn kwam. Als je eenmaal een kapper vindt die je er zo uit laat zien dat je niet spontaan wanhopig wordt als je in de spiegel kijkt, dan blijf je daar graag bij.

Opeens stopte Hillie met werken in het weekend en opeens werd mijn haar veertien maanden lang niet geknipt. De dode rat in mijn nek groeide gestaag, tot afgelopen vrijdag de maat vol was. Ik had een chique etentje en overwoog dan wel met een bivakmuts op te gaan, dan wel een andere kapper te zoeken.

Ik heb de bivakmuts nog serieus overwogen, maar toen besloten dat het tijd was om mijn laatste navelstreng met mijn geboorteplaats door te snijden.

Door een apocalyptische regenbui vocht ik me een weg naar kapsalon Felicia. We hadden elkaar nauwelijks kunnen verstaan aan de telefoon. Zij was Braziliaans en ik was gewend aan perfect articulerende Belgen. Maar ik hoorde het tijdstip vier uur voorbij komen, en besloot daar op te mikken.

Ik duwde de klemmende deur open en stapte de salon binnen. Salsamuziek. Een kleine vrouw met kort, glanzend bruin haar die een man knipte. Een witblonde vrouw die pad-achtig in een kapsalonstoel hing en die ik duidelijk midden in haar betoog onderbrak.

‘Jij moet naar kelder,’ zei de donkerharige vrouw die waarschijnlijk Felicia was. Ze legde de laatste hand aan een opgeschoren mannenkapsel. Ze wees naar een traphekje met daarachter een onverlichte trap.
‘Kan het niet hier?’ vroeg ik. Er vormde zich een plasje om mij heen op de grond.
‘Wat jij kom doen?’ vroeg ze.
‘Mijn haar knippen. Laten knippen. Heel graag. Alstublieft.’ Ik wierp een lapje van mijn natte dode rattengordijn uit mijn gezicht.
Felicia bekeek me. Mijn rattengordijn. Mijn druppende jas. Het stresspuistje naast mijn neus. ‘Ah. Dan jij wacht hier,’ zei Felicia.
De padachtige vrouw bleef me aankijken. ‘Dag schat,’ zei ze.
‘Hoi,’ zei ik.
‘Wat een teringweer he?’
Ik knikte. Ik hoopte stiekem dat zij mij niet ging knippen. Ze had zulke dikke vingers dat ik me afvroeg of ze wel een schaar kon vasthouden.
‘Ik ben Magdalena,’ zei ze. Ze vroeg niet naar mijn naam.

De jongeman uit de stoel werd afgeborsteld en vertrok. Felicia gebaarde mij naar de stoel te komen.

Ze drapeerde liefdevol een handdoekje met kanten randjes over mijn schouders en streek mijn haren liefdevol uit mijn nek. Ik zag haar de bos kletsnatte ongein die uit mijn hoofd groeide bekijken en overwegen wat ze hier mee aanmoest.
‘Felicia is goed,’ zei Magdalena.
Ik knikte.
‘Die ziet dingen,’ zei Magdalena, ‘In een sloppenwijk opgroeien doet iets met je, toch Felies?’
Felicia knikte.

Zelfs bij Hillie moest ik altijd zeggen wat ik precies wilde. Korter dan de vorige keer. Wat meer laagjes dan normaal. Maar Felicia vroeg mij niks en ik voelde ook dat ik niks mocht zeggen. Als ik iets zei zou ik haar vakmanschap in twijfel trekken. Ze begon door mijn haar te kammen en het in allerlei posities te duwen. Haar vingers bleven telkens in klitten hangen.
‘Sorry…’ zei ik. Ze schudde haar hoofd. Ze steunde mijn achterhoofd beschermend in haar handen.
‘Don’t ever be sorry,’ zei ze. We keken elkaar aan via de spiegel.
‘Lekker he, als iemand aan je haar zit?’ zei Magdalena.
En ik kon niet anders dan knikken. Het was heerlijk om te voelen hoe mijn hoofd gedragen werd door de handen van deze wildvreemde haartovenares.

Felicia knipte snel. Magdalena hield een betoog over hoe andere vrouwen rijk getrouwd waren, over de succesvolle danscarrière van haar dochter en hoe al haar vriendinnen al kleinkinderen hadden. Felicia knikte alleen maar. En toen was het opeens klaar.

Ze föhnde mijn haar droog. Het zag er beter uit dan alles wat Hillie ooit met mijn haar deed.
‘Dit kan niet iedereen,’ zei Felicia.
‘Nee,’ zei ik. We keken elkaar aan via de spiegel.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)