Nieuwste onderwerp

Katerrit

Ik ging op introductiekamp met mijn nieuwe studie.

Ik wil zelf graag geloven dat ik inmiddels mijn grenzen ken. Als dat vervolgens niet zo blijkt te zijn wil ik liever lijden in stilte dan zwak zijn voor de ogen van de rest van de wereld.

Maar ik ontkom er niet aan: ik moet met een hobbelende trein van A naar B op de ochtend na het intense eindfeestje. Mijn handtas kraakt van de plastic kotstasjes. Het is moeilijk om niet te kotsen als de enige gedachte in mijn hoofd niet te kotsen is.

‘Lieverd, gaat het wel goed?’ Het is de oudere vrouw tegenover me. Tot nu toe heb ik vakkundig mijn best gedaan haar te negeren. Ik schaam me voor wat mijn generatie zichzelf aandoet, en ik wil haar het vertrouwen in onze toekomst niet helemaal ontnemen.

Ik schud mijn hoofd. Ze legt haar hand op mijn kleverige klauw, die angstvallig het koele NS-tafeltje omklemt. En dan is het teveel.

Met mijn vrije hand grabbel ik in mijn tas en trek een plastic zak tevoorschijn. Ik zou willen zeggen dat het een statement is dat het eentje van de Primark betreft, maar het is puur wanhopig toeval dat ik over hun logo heen kots.

De vrouw knijpt zachtjes in mijn hand. Als ik mijn ogen dichtdoe is het net alsof mijn moeder tegenover me zit. Ik wil tegen haar aan kruipen en heel lang slapen. My head is a jungle, schreeuwt het oortje dat nog niet is uitgevallen in mijn oor. Ik denk aan hoe koortsig klam en benauwd het in de jungle is, en zie het enige glaasje water dat ik vandaag naar binnen werkte in de Primark tas kletteren.

‘Wil je vertellen wat er aan de hand is?’ Ze kijkt me bezorgd aan.
‘Ik ben zwanger,’ zeg ik. Om de één of andere reden lijkt het me minder erg om tweeëntwintig en zwanger dan tweeëntwintig en door alcohol vergiftigd te zijn. Van het introductiekamp van mijn tweede opleiding. Nu hoef ik de vrouw alleen nog te doen geloven dat ik een stabiele baan heb en haar vertrouwen in de toekomst is weer hersteld.
Ze glimlacht alwetend en wrijft met haar duim over de rug van mijn hand.
‘Ik dacht al zoiets,’ zegt ze. ‘Het wordt vast een meisje. Gefeliciteerd.’
Ik ben zo blij dat het niet echt mijn moeder is die tegenover me zit.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)