Nieuwste onderwerp

Mosjaren

Annie M.G. Schmidt zei een keer in een interview ‘Tot mijn twintigste was ik een boomstronk met mos begroeid.’ En ik weet nog dat ik dat interview zag, en vijftien was, en me zwaar en lelijk zat te voelen op de bank, en dat ik dacht: Ik ben gewoon een boomstronk. Ik moet alleen van mijn mos zien af te komen.

En mijn moslaag was dik. Als je mij tussen mijn vierde en mijn zesde op een willekeurige dag had gefotografeerd had je dit gezien: Een blonde rasta ragebol, een te strakke Looney Tunes legging en mijn lievelingsjurk (een jaar groeien later T-shirt) die ik zes dagen per week droeg.

Ik vis niet naar complimentjes als ik zeg dat ik geen fotomodelkind was. Ik was gewoon een best wel lelijk kind. Maar je bent een kleuter en je wilt wat. Zelfkritiek was mij nog totaal vreemd. Dus ik werd verliefd op de Casanova van groep 1/2.

Zijn naam was Diederik en hij was mijn eerste grote liefde. Hij had een hoogblond bloempotkapsel dat altijd precies in de juiste neerwaartse plooi viel, en hij droeg denim broekpakken.

Ik hield van de manier waarop Diederiks leven anders was dan dat van mij. Hoe hij een machtspositie had door één van de maar vijf jongens in onze klas te zijn. Hoe hij zoveel kauwgom mocht eten als hij wilde. Dat hij naar hitradio mocht luisteren. Dat hij een draagbare, knalroze gettoblaster had die op batterijen werkte. Ook al was hij pas vijf. Dat hij die mee naar school nam zodat we in de pauze konden playbacken. Hoe ik geen hitradio mocht luisteren en dus altijd de Spice Girl met het rode haar was die niemand wilde zijn omdat ik geen idee had wie de coole Spice Girls waren. Hoe Diederik die ene keer riep dat Ginger Spice zijn lievelings was en iedereen opeens met mij wilde ruilen.

Middagenlang lag ik met mijn ogen dicht en mijn lippen getuit op een stapel knuffels in de poppenhoek. Hopend dat Diederik zou denken dat er een prinses knock-out was gegaan tijdens het spelen en me wakker zou kussen. Het gebeurde nooit. Meestal speelde hij moedertje en vadertje met Ronna. Hij was de moeder en zij de vader, ook al had Ronna zelfs op haar vijfde al een ruime b-cup. Niemand stelde zich daar vragen over deze genderverwisseling, de strakke broeken van Diederik of de b-cup van Ronna. De dagen in de kleuterklas ging voorbij alsof ze gewoon waren.

Diederik ging naar groep drie toen ik naar groep twee ging. Zijn gettoblaster ging voor altijd kapot. Zelfs ik zag nu in dat de afstand tussen ons onoverbrugbaar was.

Een paar jaar later ontsnapte hij naar een spannende praktische opleiding en ging daarna meteen werken. Zoals altijd een jaartje later dan hij, verdween ik voor zes lange jaren naar het gymnasium in de stad. Opeens zaten er vijftien jongens in mijn klas waar ik niet mee durfde te praten. Ik emigreerde, ik reisde rond in Australië, ik verhuisde naar de hoofdstad.

Gister zat ik in de enige bus die naar de buitenwijk rijdt waar ik ben opgegroeid. Een meisje met lang blond haar nam haar telefoon op.
‘Heeeee, met Didi,’ zei ze. ‘Ja schat, ik zeg je toch dat ik er aan kom. Kus. Kuskus. Ja hoor, daaag schat, daaag.’
Toen pas zag ik dat ze een baardwaas had. En Diederiks typische sproetenpatroon, ook al zat er een laagje foundation over. Ik bekeek de nieuwe Diederik en vroeg me af of hij nog steeds naar de Spice Girls luisterde. In clubs waar mannen in leer dansten in kooien en waar het glom van de ingevette gespierde torso’s. Ik was jaloers. Diederik was er weer in geslaagd om te ontsnappen naar een wereld waar ik er nooit bij zou horen.

« terug naar blog

2 responses to “Mosjaren”

  1. kurtje

    geweldig leuk geschreven lieve schat!
    En ook al is het niet via Diederick je zit toch wel een beetje in die wereld hoor! Via mij dan xoxoxox

    1. Marlies Smeenge

      Haha :) Daar ga ik ook nog eens iets over schrijven binnenkort Kurt ;)
      Leuk dat je meeleest!

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)