Nieuwste onderwerp

Wit

‘Ik vind jouw shirt mooi,’ zeg ik tegen de ober met een huid als gebrande koffie en een spierwit overhemd zonder kraag.
‘Wat vind je mooi?’ vraagt hij.
‘Jouw overhemd,’ zeg ik.
‘Ja, maar wat precies?’ Hij glimlacht naar me.
‘Dat-ie zo wit is.’
De glimlach glijdt van zijn gezicht.
‘Je vind het mooi dat mijn shirt zo wit is?’ zegt de nachtzwarte ober.

Soms wilde ik dat ik uit Afrika kwam. Dan had ik gewoon dezelfde dingen kunnen zeggen als nu, maar dan waren ze niet racistisch geweest.

‘Ik bedoel…’ probeer ik, ‘Al mijn witte shirts zitten meteen onder de shit na vijf minuten.’
‘Al jouw witte shirts zitten onder de zwarte shit?’
‘Nouja, geen echte shit natuurlijk. In welke kleur dan ook. Maar je weet wel. Wijn. Tomatensaus. Vogelpoep.’
‘Goh,’ zegt hij.
‘Ja,’ zeg ik, ‘Nu moet jij dankjewel te zeggen. Voor het compliment.’
‘O,’ zegt hij, ‘Ja.’
‘Dankjewel…?’ zeg ik.
‘Alsjeblieft?’ zegt hij.
‘Laat maar,’ zeg ik. ‘Doe maar een tonic.’
‘Niet nog een koffie?’ zegt hij, en pakt mijn kopje weg.
‘Nee, nee ik heb genoeg koffie gehad voor vandaag.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)