Nieuwste onderwerp

Hoofdpijnwijn

‘Pas je op met goedkope wijn?’ zegt mijn moeder, op de avond voordat ik op reis vertrek.

Ik denk aan hoe ik drie jaar geleden emigreerde. Hoe ik tijdens mijn allereerste middernacht gillend en schreeuwend en helemaal alleen op mijn fiets door het station rijd. Gewoon omdat je alles mag als je ergens nog niemand bent.

Ik denk aan mijn nieuwe, buitenlandse vrienden die helemaal geen wijn drinken maar praten over kwartjes of halfjes.

Aan diezelfde vrienden die tot het licht wordt met hun armen om een lantaarnpaal heen staan. Het was die avond een halfje X geworden.

Ik denk aan mijn lijstje met namen van iedereen waarmee ik zoende. Aan hoe trouw ik die bijhoud en aan hoe ik bij de meeste namen niet eens meer een gezicht weet.

Ik denk aan om drie uur ‘s nachts in mijn eentje fietsend op verkenningstocht door de hoerenbuurt. Hoe ik zwaai naar die van zestien in haar fluoriserende bh, omdat ze er zo verdrietig uitziet. Hoe ze lacht en terugzwaait naar mij, en niet haar de hongerige mannen tegen haar raam.

Hoe ik zonder plan en helemaal alleen voor drie maanden naar de andere kant van de wereld vertrek.

De vuistgrote tarantula die daar opeens naast mijn voet in het zand zit. Diezelfde tarantula die verdwenen is als ik met mijn ogen knipper.

De piloot van het zweefvliegtuigje die opeens de motor uitzet wanneer we pal boven zee vliegen. Dat ik huil. Niet omdat ik bang ben om dood te gaan, maar omdat ik voel dat ik leef.

De nacht dat ik op het strand aan diezelfde zee over een man struikel die in zijn slaapzak in het zand woont. En die high is. Maar die graag de jonko met ons wil delen. Dat ik daar eigenlijk niet aan doe, want dat is hoe ik ben opgevoed, maar dat ik denk: als ik het ooit doe dan is het nu.

Ik denk aan achterop de motor bij de jongen van de hostelbalie. Dat hij me de bergen wil laten zien. Dat hij geen extra helm heeft. Dat ik niet veel meer dan een bikini draag. Dat we de snelweg op gaan. Dat we negentig rijden. Dat ik denk: als er nu iets misgaat ben ik dood. En dat ik toch blijf zitten.

‘Luister je?’ zegt mijn moeder, ‘Pas je op met goedkope alcohol?’
O mama, denk ik, als dat toch eens het ergste was.
‘Hoofdpijnwijn bedoel ik he? Dat kan heel naar zijn,’ zegt ze.
‘Ja,’ zeg ik. ‘Altijd.’

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)