Nieuwste onderwerp

Jungleboum

‘I know someplace,’ zei mijn Franse vriendin.

Het was de warmste zomer sinds die waarin er vijftienduizend bejaarde Fransen stierven, en ik bezocht haar in Parijs. We waren aan de andere kant van de wereld drie dagen lang op hetzelfde onbewoonde eiland verzeild geraakt, en sindsdien beschouwden Lilli en ik elkaar als familie.

Aangezien het één uur ’s nachts en nog steeds veertig graden was, besloot ze dat we deze tropennacht zouden doorbrengen in stijl.

Bij de ingang stonden twee brede Afrikanen. Hun scan begon bij mijn bezweette blonde krullen, en gingen via mijn dunne, doorzichtige hemdje naar mijn billen. Daar stopten ze. Ja. We mochten naar binnen.

‘Find the light,’ zei de linker.
Wordt het zo’n avond, dacht ik. En toen stapten we door de poort en werd het zo donker dat ik mezelf niet eens meer zag.
‘Where is it?’ vroeg ik haar. Mijn tastende hand raakte een boomstam.
‘Go to the light,’ zei ze.
‘I don’t see any,’ zei ik.
Verderop klikte iemand met zijn aansteker. Ik zag een klein gloeiend stipje.
‘There always is,’ zei ze.

We volgden het lichtje tot we naast de sigaret bij de deur stonden.
‘Bonsoir bonsoir bonsoir,’ zei de roker, en manoeuvreerde de sigaret tussen zijn dreadlocks door naar zijn mond.
‘Hello hello hello,’ zei ik.
‘Bienvenue à Jungleboum,’ zei hij.
‘Jungleboem?’ zei ik.
‘Jungleboum,’ zei hij, en liet het extra Frans klinken.
‘Parlez-vous français?’
‘I’m Dutch. So just a little.’
‘Enchanté. My name is Kelvin. I’m gonna be your French teacher tonight.’
Ik wilde hard lachen. Maar ik hield me in. Ik zei tot zo. Ik zei dat we eerst gingen dansen. Dat hij daarna zijn best mocht doen. Kelvin knikte begrijpend. Hij wierp de deur voor ons open.

Het klimaat van Jungleboum viel in al zijn hevigheid over ons heen. Het was er nog warmer en vochtiger dan buiten, en alle muren waren verborgen achter grote klimplanten en bananenbomen.

We besloten de bar te zoeken.
‘It feels as if we never left that island,’ zei Lilli.

Achter de bar stonden drie mannen wiens gezicht niemand te zien kreeg. Ze wierpen hun ingevlochten haar heen en weer alsof ze er muggen mee probeerden weg te houden. Ze spoten rum vanuit een fles onder hun oksel, terwijl ze met hun rechterhand ijs en hun linkerhand knalgele suiker in glazen smeten. Toen ik dacht door één van de drie aangekeken te worden stak ik twee vingers op. Twee drankjes. Hij deed me na.
‘Peace sista!’ riep hij.

De rum was lauw en het zweet kabbelde nu al in stroompjes van ons af.
‘Shall we dance? We can’t get any warmer than this anyways,’ zei Lilli.
Dus we dansten, want Lilli’s plannen pakten altijd goed uit.

Er kwamen twee mannen met kort kroeshaar op ons af.
‘Ça va?’ zei de langste tegen mij.
‘Ça va?’ zei de kleinere tegen Lilli.
‘Oui!’ zei ik.
En toen brabbelde hij allemaal woorden die ik nauwelijks verstond.
‘Je ne parle pas français,’ zei ik maar weer eens.
‘Where you from?’
‘Amsterdam,’ zei ik, en het was voor het eerst waar.
‘Aaaaaaah!’ zei hij.
‘Yeeeees,’ zei ik.
Ik bestudeerde een bananentros die vanaf de top van een plafondhoge boom heen en weer wiegde op de bas. De kleinere vriend legde zijn arm om Lilli’s heup heen. Ik was stiekem blij dat ik te slecht frans sprak om een echt gesprek te voeren. Mijn doel vanavond was een dansje en een drankje. Niet een gesprek met iemand die ik niet wilde leren kennen en die mij eigenlijk ook niet echt wilde leren kennen, maar graag wilde dat ik geloofde van wel. Daarbij had ik een hekel aan mannen die denken dat je het fijn vindt om na tien seconden praten al aangeraakt te worden. Zeker op avonden waarop er een zweetwaterval over mijn rug naar beneden klatert.
‘What’s your name?’ probeerde hij het nog maar eens.
‘Marlies.’
‘Maurice? Nice!’
Ik knikte. Whatever makes you shut up, dacht ik.
‘You’ve got reggae feet,’ zei hij.
‘What does that even mean?’ vroeg ik.
‘Don’t ask question. Just feel,’ zei hij, en legde zijn hand op mijn onderrug.
En toen mijn hand op de zijne. Dus ik deed wat ik altijd doe als ik me ongemakkelijk voel. Ik begon vragen te stellen.
‘What is your name?’ vroeg ik.
‘Kelvin,’ zei hij.
‘For real?’
‘Sorry?’
Ik wuifde zijn vraag weg.
‘What do you do?’
‘I teach french,’ zei Kelvin. ‘I can teach you french?’
Ik deinsde achteruit en stootte tegen zijn kleine vriend aan. Hij draaide zich naar me om, zijn arm nog steeds om Lilli’s middel.
‘Bonsoir mademoiselle, je suis Kelvin,’ zei kleine Kelvin.
‘Kelvin?’ zei ik.
‘Oui? Enchanté,’ zei kleine Kelvin.
‘Did I miss something?’ vroeg ik aan lange Kelvin. ‘Is it Kelvin-night or something?’
Kelvin lachte een vieze-mannen-lach.
‘Cherie, every night is Kelvin night. You’ve missed a lot if this is the first time you notice.’
Toen sloeg Lilli een arm om mijn schouder en zoende me op mijn mond. Kelvin, Kelvin en ik deinsden achteruit.
‘Ai ai ai,’ zeiden Kelvin en Kelvin, en toen liepen ze weg.
‘What are you doing?’ zei ik tegen Lilli.
Ik moet nog bij jou en je kat in bed slapen vannacht, dacht ik.
‘I was teaching you some french, silly,’ zei ze.
Ik deinsde achteruit. Zeg alsjeblieft niet dat je Kelvin heet, dacht ik. Dan klim ik nu in een bananenboom en kom ik niet meer naar beneden voor het licht is.
‘You know?’ zei Lilli, ‘French-kissing? Come on, let’s dance.’
‘You… I’m not…’
Ze keek me geschrokken aan.
‘You’re not actually gay, are you?’ zei Lilli, ‘We still have to sleep in the same bed tonight…’
‘You are the one kissing,’ zei ik verontwaardigd.
‘Ain’t I always?’ zei Lilli, en trok me mee naar de dansvloer.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)