Nieuwste onderwerp

Dominicaanse

Het hoofd van de schoonmaakster ligt tussen mijn borsten.

Het is het einde van mijn laatste werkdag en zij vindt dat verschrikkelijk. Daarom heeft ze haar armen om me heen geslagen en knuffelt me zo moederlijk als haar één meter drieënvijftig dat toelaat.

‘Jij mijn lievelings, eh?’ zegt ze, en laat me los. ‘Jij mee naar de Dominicaanse, volgend jaar?’
‘Dat lijkt me heel fijn,’ zeg ik. ‘Wie weet.’
‘Ik weet,’ zegt ze. ‘Ik weet.’
Haar hele ronde gezicht lacht.
‘Dan moet wij bewaker nemen, eh? Voor jou?’
Ik grinnik.
‘Dan verf ik mijn haar zwart voor we gaan.’
‘Jouw lach kun je niet verfen, eh? Drie grote bewakers!’
‘Ik heb jou nog nooit niet zien lachen.’ zeg ik.
‘Tuurlijk,’ zegt ze. ‘Ik moet wel, die zon schijnt hier bijna nooit.’
‘Dag Eva,’ zeg ik, en steek mijn hand op.
Ik stap onder het half gesloten rolluik door.
‘Marie!’ roept ze me na. Ze heeft mijn naam nooit goed kunnen uitspreken.
Ik steek mijn hoofd onder het luik door. Ze staat heel dichtbij.
‘Ik wens jou alles mooi,’ zegt ze ‘Alles wat jij doet. Ik voel dat dat goed gaat. En Eva weet, he?’
‘Eva weet.’ zeg ik. Hoop ik, denk ik er achteraan.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)