Nieuwste onderwerp

Identiteitscrisis

Ik ben bij het districtshuis van Antwerpen om me uit te laten schrijven als inwoner van België.

De mevrouw achter balie 63 heet Linda.  Haar kapsel ziet er uit alsof ze is aangevallen door een slaapwandelaar met een tondeuse. Haar haren zijn onregelmatig hip kort -en daardoor totaal niet hip- geknipt. Rechts hangt er een pluk tot ver voorbij haar tweede onderkin, en links zie ik een moedervlek onder een millimetertje haar.

Het is de taak van deze vrouw om mij mijn verblijfsvergunning af te nemen.

‘Kunt u mij uw identiteitspas geven alstublieft?’ vraagt Linda.

Ik schuif hem haar toe. Het groene pasje is altijd een verstekeling in mijn portemonnee gebleven. Voor mijn gevoel heb ik totaal geen Belgische identiteit, en toch heb ik een pasje dat zegt dat het wel zo is. Een blijvende verwarring waar ik iedere keer dat ik mijn portemonnee open mee word geconfronteerd. En geloof me, dat is vaak. Maar om je te kunnen verzekeren in België moet je zo’n pasje hebben. En ik leid een nogal roekeloos leven. Dus ik moest wel.
Ze tikt wat gegevens over van mijn pas en schuift hem daarna in een la.
‘Krijg ik hem nog terug?’ vraag ik.
‘Pardon?’
‘Krijg ik mijn identiteit nog terug?’
Ze kijkt me aan.
‘Uh… Mijn kaart bedoel ik,’ zeg ik.
‘Neen,’ zegt ze.
‘O,’ zeg ik. Ik heb niet eens de tijd gekregen om afscheid te nemen van het bewijs van een stukje Marlies dat helemaal niet bestaat.
‘En nu…?’ vraag ik. ‘Ik woon hier nog een week.’
‘Tja.’
‘Maar wat gebeurt er nu als ik morgen tegen een bus loop? En mijn arm verlies? En in het ziekenhuis kom? Zonder verzekeringspasje? Of verblijfsvergunning?’
Ze blijft me aankijken.
‘Doet u dat maar gewoon allemaal niet.’
‘Ah,’ zeg ik. ‘Awel dank u voor het advies.’
Linda blijkt evenals het merendeel van de Belgische bevolking totaal niet op de hoogte te zijn van het concept sarcasme: ze knikt me gelukzalig toe, blij dat ze me van inhoudelijk en afdoend advies heeft kunnen voorzien.
Ik werp een blik op Linda’s bureaulade.
‘Ik was afgelopen zondag nog op de spoed,’ zeg ik. ‘Noodgeval. Ik mocht pas naar huis toen ze een morfinespuit in mijn bil hadden gezet. Twee maanden daarvoor ben ik met 120 aangereden terwijl ik in de file stond op de snelweg. Mijn ruime stationwagen was veranderd in een Fiat Pandatje toen ik door de kapotte voorruit naar buiten kroop. Een half jaar daarvoor werd ik voor mijn deur geschept door een tram. Alleen mijn achterste kiezen hebben het overleefd. En nu zegt u dat ik maar even een week lang niet voor een bus moet lopen.’

Ik laat een dramatische stilte vallen. Linda’s kin hangt op haar onderkin.

‘Wat is een Fiat Pandatje?’ vraagt ze.
‘Dat is een kever-soort,’ zeg ik. ‘Gaat u me mijn pasje echt niet meer teruggeven…?’
Linda schudt afwezig met haar hoofd.
‘Uw auto was veranderd in een kever…?’ vraagt ze.
‘Ik moet maar eens gaan,’ zeg ik. ‘Mijn eenhoorn staat dubbel geparkeerd. Voor je het weet rijdt er een bus tegen mijn hem aan. Leg dat maar eens uit bij Vreemdelingenzaken. Goedemiddag.’

« terug naar blog

2 responses to “Identiteitscrisis”

  1. Kirsten

    Oh Marlies, wil je aub boeken gaan schrijven. Ik vind je blogs echt hilarisch :) x kirsten

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)