Nieuwste onderwerp

Broodkruimels (1)

“Kamer vier punt eenentwintig,” zei hij altijd hoopvol tegen zijn studenten. “Jullie zijn altijd welkom om vragen te stellen.”

Tegen beter weten in, zei hij dat: want zijn kamernummer was verdoemd. De vierde verdieping. Geen lift. Niet op de route naar een hip studievereniginghok, of de inleverkastjes desnoods. Weggestopt naast mannen met baarden, cactussen, verstofte encyclopedieen. Een kamer aan het eind van een onnoemelijk lange gang met geel linoleum op de vloer en fel TL-licht.

Hij kreeg nooit koffie van zijn collega’s. En hij werkte nooit samen aan een onderzoek. Hij lunchte alleen achter zijn bureau. Hij was de enige met broodkruimels op zijn bureau: vies, slap, supermarktbrood, zoals hij zijn collega’s hoorde zeggen. Hij vergat soms dat hij collega’s had. Hij vergat soms dat zijn studenten ook mensen waren waarmee hij kon praten. Hij legde ze de stof uit, en hij keek hun opdrachten na. Er gebeurde nooit iets opzienbarends, er was nog nooit een student geweest waarvan hij de naam had onthouden. En hij vroeg zich af of de studenten zijn naam wisten.

’s Avonds fietste hij naar zijn appartement. Zijn broodtrommel bond hij achterop zijn fiets, de snelbinders verving hij elk halfjaar. Elke avond droeg hij zijn fiets de trap op zijn huiskamer binnen. En elke avond liet hij zijn broodtrommel achterop zijn fiets zitten. Zijn vriendin was lief en zwanger. Ze had lome ogen gekregen en een loom lijf. Ze vroeg hem zoals het hoort hoe zijn dag was, elke dag. Hij antwoordde dan: ‘goed,’ maar zonder dat hij nadacht over hoe zijn dag echt was geweest. Zijn ‘goed’ klonk altijd net iets te hoog en net iets te verstrooid om waar te zijn.

Hij droomde vaak van de vier trappen die hij elke ochtend opliep, van de grijze foto van een wetenschapper aan de muur, van de stapels papier die hij eigenlijk zou moeten opruimen maar waar niemand zich aan stoorde. Het waren langzame, saaie dromen die precies zo gingen als de dagen. Soms droomde hij dat de broodkruimels van zijn bureau waaiden, recht de kamers van zijn collega’s in. En dat die collega’s dan zouden komen en dat hij ze dan eindelijk kon vertellen dat hij vader werd. Binnen twee weken al: en hij had het niemand nog kunnen vertellen.

« terug naar blog

One response to “Broodkruimels (1)”

  1. scienex

    poe hé, treurig.

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden