Nieuwste onderwerp

Scootmobiel

Het regende en ik trok een oude man uit zijn scootmobiel. Het voelde als een dun hoopje botten, botten die vastgehouden werden door een ribfluwelen broek en een regenjas. De scootmobiel stond scheef en zakte steeds verder weg in de modder. De man leunde lichtjes op mijn arm nadat ik hem op zijn benen gehesen had. We stonden tot halverwege onze schoenen in de modder, maar mijn voeten optillen zou een valpartij betekenen, de man wiegde bij elke beweging heen en weer alsof hij een schommelstoel was. We keken naar vijf jongens die sjorden aan zijn scootmobiel, de man rilde.

We waren uitgenodigd in een oude kampeervilla in het bos, een villa die tot begin het jaar had gediend als kamplocatie voor Rotterdamse bleekneuskinderen. Nu stond het leeg en werd het anti-kraak bewoond door iemand die wij kenden. Het huis was een wit kasteel omringd door bomen en bladeren. Er liep een lange smalle geasfalteerde weg naartoe. Er zaten gaten en vlekken op het plafond die herinnerden aan alle kinderen die hier gelogeerd hadden: er waren veertig wc’s en twintig douches.
Dit wisten we niet toen we werden uitgenodigd. We kenden de andere uitgenodigden niet, maar we deelden een overweldigende verbazing bij het binnenstappen die zich uitte in een gek soort kerstvakantiekindsheid.
We speelden risk en dronken bier en dat schiep een band. Af en toe gingen mensen wandelen. Op het televisiescherm speelde een DVD van een haardvuur.
Het was alsof we Rotterdamse bleekneusjes waren, bijna alsof we naar onszelf zaten te kijken op een zwart-witte videoband.

Ik plande een aanval op Kamtsjatska en pakte de dobbelstenen toen de deur openging. ‘Er zit een man vast met zijn scootmobiel in de modder,’ zei een jongen die terugkwam van een wandeling met een stem die klonk alsof het menens was. We vergaten te lachen en liepen achter hem aan de geasfalteerde weg af. Iemand stapte in een auto en raasde achteruit langs ons. Dit was een noodsituatie. Voor keren was geen tijd. ‘Misschien lukt het met de trekhaak,’ zei iemand.
Het waaide en regende. In de verte zagen we een figuur tussen de bomen, die dichterbij een oude man in een scheefgezakte scootmobiel bleek te zijn. Hij keek ook naar ons: acht jonge mensen en een achteruitrijdende auto.

Het volgende moment stonden we in de modder te kijken naar hoe er aan de scootmobiel werd getrokken. De man greep mijn onderarm nog wat steviger vast en helde naar voren. ‘Jullie moeten gas geven,’ zei hij terwijl zijn hand hengelde naar het gaspedaal. Met een hard slurpend geluid kwam de scootmobiel los. De man liet mij los en liep er wankelend naartoe. ‘Ik moet zoeken naar mijn handschoenen en naar mijn wandelstok,’ zei hij terwijl hij het gaspedaal indrukte. ‘Die liggen hier ergens in dit bos.’ Voor we konden protesteren was hij weggereden.

Een uur later stond zijn scootmobiel voor de deur. Ik deed open en met een lachje gaf hij me een zak Albert Heijn kaasstengels aan. ‘Dit lag nog in mijn kelder,’ zei hij. En terwijl hij zijn scootmobiel behendig keerde: ‘Bedankt.’

Wij kropen weer achter ons Riskbord en aten kaasstengels. ‘Dit was dus een echt avontuur,’ zuchtte iemand, en het leek even alsof we nooit meer terug hoefden naar de echte wereld.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden