Nieuwste onderwerp

Condens

Het was zo’n dag dat ik eigenlijk het liefst languit op straat ging liggen op de warme roodbruine stenen, op de hoek bij snackbar Angeline en het stoplicht dat altijd heel lang op rood stond. Net zo lang liggen tot mijn lichaam verdampte en er enkel wat condens in de vorm van mijn lijf over zou blijven.

Dingen die ik het liefste zou doen, doe ik zelden. Dus ik wachtte bij het stoplicht en ging de hoek om bij snackbar Angeline en ik knikte naar de andere mensen die bijvoorbeeld naast een rieten mand zaten en met een schoffel het onkruid tussen de stoeptegels weghaalden. Ik lachte naar de andere bloemenjurken zoals mijn ouders vroeger lachten als ze iemand tegenkwamen met dezelfde oldtimer auto.

Het was niet eens zonnig, want de wolken waren sterker dan het licht van de zon. Wel was het warm. ‘Het gaat zo meteen onweren,’ zei een man terwijl hij zijn bezwete overhemd van zijn rug plukte. Later was er een vrouw die het ook zei: ‘Het gaat zo meteen onweren.’ Dit waren ongetwijfeld mensen die het weerbericht keken. Of Buienradar.

Ik sloeg hoeken om en liep straten uit omdat ik een adres zocht waar ik een tv gratis kon afhalen waarvan ik nog niet eens wist of ik het wilde hebben. Hij was gratis en het was iemand die ik vaag kende dus dan zeg je ja. Ook al lig je liever op de straat condens te worden.
Ik sloeg weer de hoek om bij snackbar Angeline en ik besefte dat ik de weg niet ging vinden. Ik liep door en hoewel de meeste mensen omhoog keken naar de donkere lucht en bezorgd deden en hun kinderen riepen probeerde ik straatnaambordjes te lezen van een te grote afstand. Stiekem hoopte ik dat ik de weg niet zou vinden,
En opeens stapte er een meneer uit de auto. ‘Ik heb mijn goede daad van vandaag nog niet gedaan, en jij ziet eruit alsof je de weg kwijt bent,’ zei hij. Het klonk alsof hij me een televisie verkocht: ‘Laten we dit snel afhandelen, daar worden we allebei beter van.’
Ik noemde de naam van de straat en zijn TomTom deed het werk. Voor ik het wist werd ik nagekeken door de man wiens goede daad ik was. Of ik inderdaad wel de weg inliep die zijn TomTom had aangewezen.
Veel te snel had ik de tv van de persoon die ik vaag kende in mijn handen. Hij was veel te groot en heel ouderwets, Ik zag meteen dat ik er niets aan zou hebben. ‘Je doet me hier een heel groot plezier mee,’ zei de jongen die ik vaag kende. ‘Niemand wil hem hebben.’
Ik besloot dat de tv mijn goede daad van die dag zou zijn. En dat ik voortaan alleen nog maar goede daden zou doen. Zo veel dat ik nooit meer iemands goede daad kon worden.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden