Nieuwste onderwerp

Zingen

Wanneer hij zong stotterde hij niet. De twee oude tantes bij wie hij woonde vonden het niet goed dat hij zanger werd: ‘Daar valt geen droog brood mee te verdienen, en bovendien: wie wil er nou droog brood?’ zeiden ze.
Ook vonden ze het niet goed als hij zingend vertelde over zijn schooldag, zijn onzekerheden of wat de bakker had gezegd over de aanpassingen in de gemberkoek: ‘Het is hier geen musical, zeiden ze dan met blikken van afgrijzen bij het woord musical.
Zijn tantes waren akelig eensgezind. Hun gezichten waren op hun hond gaan lijken, en op elkaar.
Doordat zijn tantes hem zo liefdevol hadden opgevangen toen hij twee jaar was: ‘We hebben je zo liefdevol opgevangen,’ zeiden ze, ‘en je altijd behandeld als onze eigen zoon,’ zong hij niet en werd hij ook geen zanger. In plaats daarvan hield hij zijn mond zoveel mogelijk en sleutelde zijn aan de oude, roestige brommer ‘Die nog van wijlen jan,’ is geweest, zeiden zijn tantes met weemoedige blikken.

‘We houden van je,’ zeiden zijn tantes soms. Hij zei meestal niets terug want door het stotteren zou het te lang duren. En als hij het zou zingen zou het gaan lijken op een musical. Een zoetsappige musical. En dat wilde hij nou ook weer niet.

Op een avond was hij met zijn scooter naar de stad gereden waar hij zijn klasgenoten tegenkwam op straat met flesjes goedkoop bier in hun hand, de geur van de kruidvat in hun haar en in hun ogen een leuke-avond-blik. ‘Ga je met ons mee,’ vroegen ze, eensgezind grijnzend als de tantes na een hap gemberkoek. Hij ging mee en er keken drie meisjes naar hem.
Twee waren te dik en de derde had een moedervlek. Een mooie moedervlek. Met haar ging hij naar bed. Tegen zijn klasgenoten zei hij later dat hij met haar ‘een leuke avond had gehad,’ want zo zeg je dat tegen je klasgenoten. Hij kreeg high-fives en fluitjes tussen tanden terug. Een beetje alsof hij een beroemde muzikant was, zo voelde het.

Toen hij thuis kwam moest hij huilen. Hij vertelde het tegen zijn tantes. Ze aaiden hem over zijn hoofd terwijl hij zong over het meisje met de moedervlek. Ze zeiden niet dat hij niet mocht zingen. Hij zong dat hij het meisje niet zo leuk vond. Zijn tantes begrepen het niet. ‘Waarom wacht je niet gewoon?’ vroegen ze in koor. ‘Wachten totdat de ware komt.’
Hij zong maar niet over zijn vrienden die elke week leuke avonden met meisjes hadden. ‘Sorry,’ zei hij.

‘We houden nog wel van je hoor,’ zeiden te tantes.
Hij zei niets terug.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden