Nieuwste onderwerp

Tuinbroek

Zijn eerste vriend maakte hij toen hij acht jaar was. Het was het jongetje in de klas die altijd alle antwoorden wist. En als hij een antwoord fout had zei hij dat dat niet waar was. Dat niemand begreep dat de vraag fout was en zijn antwoord goed. Het was het jongetje waar iedereen tegenop keek. Hij wist de naam niet van het jongetje. In zijn hoofd noemde hij hem altijd ‘het slimme jongetje.’ Uiteindelijk was het jongetje een man geworden die een geblondeerde vriendin en drie kinderen had. Hij had ook een geblondeerde vriendin en een kind. Dat was nu het enige waar zijn vriend in voorop liep. Kinderen maken. Verder was er niets meer van het slimme jongetje over. Hij noemde hem nu ook gewoon Richard. Want zo heette hij nou eenmaal.

Hij werd vrienden met Richard omdat de hengsels van zijn tuinbroeken altijd van zijn schouders zakten. Richard deed die hengsels dan weer goed terwijl hij zei: ‘je moet tegen je moeder zeggen dat tuinbroeken stom zijn. En ze passen je nooit.’
En ook al zei hij dat niet tegen zijn moeder, Richard deed altijd de hengsels weer over zijn schouders als ze afzakten. Hij dacht dat dat soort dingen betekenden dat je vrienden was.

Nu droeg hij geen tuinbroeken meer. Meestal droeg hij tegenwoordig een vaalgeworden mickey mouse trui omdat hij dacht dat hij er daarmee het meeste uitzag als een student. Hij hield er van om er uit te zien als een student, met name omdat hij dan korting kreeg op het eten dat ze verkochten bij de universiteit. De meeste van zijn dagen keek hij animaties van volleybalwedstrijden in de computerruimte van de universiteit, en deed hij zijn best de studenten naast hem niet te laten merken dat hij hun papers en essays probeerde mee te lezen. Hij snapte ze nooit, maar dat maakte niet veel uit.
En elke avond belde Richard. ‘Een fijne avond,’ zei hij dan. ‘Fijne avond, Richard,’ mompelde hij terug. En dan hingen ze op. Al zijn telefoongesprekken duurden niet langer dan vijftien seconden. Net zo kort als het ophijsen van de hengsels van tuinbroeken.
Richard was de enige die hij nog sprak. Zijn geblondeerde vriendin van twee en een halve maand geleden bij hem weggelopen. Net als de vriendin van Richard. Nu waren ze met z’n tweeën erg alleen. Ze zagen elkaar zelden omdat ze wel wisten hoe het eruit zou zien. Treurig. Een beetje hetzelfde als een hengsel van een tuinbroek die niet meer opgehesen werd.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden