Zoey
Soms heb je maar één iemand nodig. Een persoon die je opbouwt, maar ook maar een die je ten val brengt. Soms heb je niemand nodig. Ik maak mezelf graag wijs dat ik die in die laatste categorie val. Ik heb permanent niemand nodig. Ik heb ‘t overigens nog nooit meegemaakt. Dat ik volkomen alleen op de wereld ben gezet en alles zelf moet doen. Niemand, trouwens. Denk ik. Ik durf te stellen dat er altijd wel iemand is. Zeker in het begin. Je komt nota bene uit iemand, dus dan is er sowieso iemand.
Maar in je volwassen leven of op de weg daar naartoe heb je een keuze. Meerdere zelfs. Of je gaat met de stroom mee en gedraagt je conform je leeftijdsgenoten. Of je haakt ergens af in een zijtak van een rivier en kijkt wel waar het schip strandt. Of je kiest voor een blije romance of je gaat de kant van de kluizenaar op. Ik vind het kluizenaarsbestaan prima. Ik wil mensen die zeggen ‘och, dat komt nog wel’ een ferme pets in het gezicht geven. Als je het niet wil, komt het niet. Knoop dat in je oren.
Maar onbewust maak je ook genoeg keuzes. Het is je houding. Het is niet dat je ergens letterlijk om vraagt, maar zoveel non-verbale hints geeft, dat je niet anders kan. Zoey vroeg er misschien niet direct om. Maar we zagen het allemaal. Zoey was voer voor dit soort types. En ze vrat het of nee, ze werd opgevreten door de wolf. Zie je, mannen zijn ook maar gewoon roofdieren. Sterker nog, we zijn allemaal maar een soort dieren, maar dan met meer hersens. We doen allemaal maar wat. Maar sommigen doen maar wat en hebben een plan.
Niemand weet precies hoe het verhaal van Zoey is afgelopen, maar we hebben allemaal zo ons eigen idee. Ze is in elk geval weg met hem. Ze woont niet meer thuis. Dat scheelt. Dan hoeven ze het niet meer te doen in schimmige steegjes of zoiets. Want dat deden ze. Wij wisten dat. Maar niemand zei iets.
Hadden we Zoey ooit kunnen beschermen? Ik denk het niet. Ze zou vast niet luisteren. Maar we wisten allemaal dat toen ze met hem aan kwam, dat het mis zou gaan. Niemand zei alleen iets. En als ze al wat zeiden, dan moesten ze hun mond houden. Zoey zei heel vaak dat we onze monden moesten houden. En al helemaal tegen haar moeder. Die ook haar mond moest houden.
En nu is Zoey er waarschijnlijk achter gekomen dat snel opgroeien ook niet altijd even plezierig is. Zeker als je door je adolescentenfase wordt heen gesleept door man wiens bedoelingen vanaf dag 1 nogal schimmig waren. Wiens smsjes, waarmee hij Zoey’s hart won, ook naar vriendinnen van Zoey gingen. Wiens bijnaam ‘Rat’ was. Zoey liet zich verleiden tot een rotte appel, maar trok ‘m alsnog van de boom en vrat de appel alsof het het beste was wat ze ooit gegeten had. Knap. Maar niet verstandig.
We hebben allemaal ons hoofd geschud en daarna er iets van gezegd en daarna ons bek gehouden, Zoey, en toch luisterde je niet. Wat kan iemand doen die dat heeft mogen aanschouwen? Die maakt een beslissing. Die blijft alleen.
« terug naar blog