Kara
‘Jullie mogen niet lachen, oké?’
Wij zeiden allemaal oké en ze liet het horen. Het was écht een leuk nummer. Maar echt. Ik wilde niet de enige zijn die compleet hysterisch zou reageren, dus ik zei na afloop: ‘Leuk! Nee, écht leuk!’
Ik hoopte maar dat ze begreep dat ik het ook echt leuk vond. Mensen en praten, we proberen het iedere dag, maar het wordt altijd een zooitje.
Naarmate de periode vorderde, leerde ik haar beter kennen. We konden haast niet anders. Bijna dagelijks urenlang op elkaars lip, zo’n zestien weken lang, ja, wat moet je dan? Je kunt moeilijk jezelf af gaan zonderen achter een Mac en een beetje koffiedrinken. Ik kan het weten, want ik heb het geprobeerd. Dus we leerden elkaar kennen en het was heel fijn. Ik had direct vertrouwen in haar en tegen het eind van onze interne stage had ik zin om middagen tegen haar aan te hangen, vanwege het slaapgebrek en waarschijnlijk omdat het ook zou mogen.
En na zo’n periode van hard werken en je best doen en je inzetten en door het stof gaan, komt het moment dat je allemaal weer je eigen kant op gaat. En gelukkig kruisen mijn wegen zich nog regelmatig met die van Kara. Ze is iemand waar je domweg gelukkig van wordt.
Aangezien ik nogal een hang naar de Zwarte Kant heb (en dat wil zeggen: ik hou van gedeprimeerde buien en lekker zwelgen in een rotgevoel. Trieste muziek op, op de vloer gaan liggen en je realiseren dat de wereld ook wel draait zonder jou en dat niemand het iets kan schelen en het leven is een verschrikking gatverdamme), heb ik af en toe iemand nodig die simpelweg lacht en een grapje maakt. Zij vult die rol perfect in.
Ik mag op haar feestjes komen. Hoe vet is dat? Ik vind dat heel vet.
Ik hecht heel veel waarde aan haar. Een nieuwe vriendschap is net zo precair als nieuw aardewerk. Je tilt het langzaam op en je zet het langzaam neer. Dit is nieuw, dus het mag niet stuk.
We zitten op een bankje, net uit het zicht van de drukke winkelstraten. Het is koud, dus onze jassen houden we aan. Onze neuzen worden koud. We drinken Snapple. We hebben het over het verleden, heden en toekomst. We zitten er minstens twee uur en het wordt een beetje schemerig. Zij gaat daarna naar huis. Ik ook. Het is raar, maar ik ben vergeten waar ik me druk om maakte.
« terug naar blog