Nieuwste onderwerp

Hand

‘Mag ik je een hand geven?’ vraagt een jongen me.

Het is tien uur op zondagavond. We zijn op een busstation. Het regent zachtjes. In de verte klinkt al minutenlang de sirene van een ambulance. Of van de politie. Of van de brandweer. Ik ben vergeten er naar te luisteren: het is een avond waarin je hoofd vol zit met problemen die geen oplossingen worden. ‘Het is een brandweerauto,’ zei een stem naast me, een paar minuten geleden uit het niets.  Het was de stem van een Marokkaanse jongen met zachte, donzige wenkbrauwen.

Hij vroeg me, of ik dacht dat het zijn huis was, dat in de brand stond.

Ik probeerde hem gerust te stellen. Dat het zijn huis vast niet was. Dat de kans heel klein was. Dat je dat kon uitrekenen als je alle huizen bij elkaar optelde. Dat statistiek iets is waar je altijd op moet kunnen vertrouwen. Dat statistiek altijd klopt. Ik vertelde hem het verhaal over de man die altijd een bom het vliegtuig in smokkelt, omdat hij gelooft dat er statistisch gezien nooit twee bommen in een vliegtuig kunnen zitten. Ik praatte verder, totdat de ambulance nauwelijks meer te horen was. De jongen keek me verbaasd aan. Toen ik klaar was met praten bedankte hij me. Hij wist niet, dat ik vooral mezelf gerust aan het stellen was.

De jongen is klein en mollig. Hij praat met een sterk accent. En hij is eenzaam. Dat weet ik, omdat hij het me net heeft verteld. ‘Ik ben eenzaam,’ zei hij. En toen: ‘mag ik je een hand geven?’

Zijn hand is zacht.  Het voelt als de huid van jonge konijntjes. ‘Ik word altijd verdrietig als ik mensen hand in hand zie lopen,’ zegt hij.
Ik kijk om me heen. Met zijn vrije hand wijst hij. Overal over het uitgestrekte busstation lopen mensen hand in hand. Vrouwen met blonde krullen, mannen met stevige schouders. Gelippenstifte lachjes. Alsof het geen druilerige zondagavond is. Alsof er niet ergens een huis in brand staat. De jongen blijft ernaar kijken. Alsof hij wil bewijzen dat hij recht heeft verdrietig te zijn.

‘Daarom ben ik altijd op het busstation,’ zegt de jongen. ‘Heb je me al eens eerder gezien?’ Bijna lieg ik. Maar ik schud mijn hoofd.
‘Op het busstation wil ik vrienden maken. En vandaag is dat gelukt,’ zegt hij. Dan kijkt hij me bezorgd aan. ‘Toch?’ vraagt hij. Ik kan niet anders dan ja knikken. En naar al die mensen kijken die hand in hand lopen, alsof het niets is.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden