Veni
Het is niet erg om alleen te zijn. Het is erger om eenzaam te zijn. Helaas kan het ene doorslaan naar het andere. Dan hebben je gedachten eerst de volgende inhoud: ‘Ik ben alleen en dat is prima, want mijn familie en vrienden houden me op de been en ik kan lekker doen wat ik wil en als ik om half drie ’s nachts nog een ei wil bakken, dan kan ik gewoon een ei bakken’. Daarna wordt het iets pijnlijker. Dan wordt het iets als ‘Ik ben eenzaam en ik vind er geen reet meer aan op deze planeet in m’n eentje en ik lig alleen maar te wachten tot er iets gebeurt, maar er gebeurt niks en om nu de hele dag in m’n neus te gaan peuteren vind ik ook niks en ik zou op zich wel een huisdier kunnen nemen, maar voordat je het weet, ben je zo iemand met twintig katten, drie honden, een ezel en een ranzig huis.’
Eenzaamheid dus en zo langzamerhand begon ik de grens te zien. Voorzichtig keek ik over die grens heen en bedacht of ik alle symptomen had. Of ik niet beter mezelf nu het labeltje ‘eenzaam’ kon gaan opplakken. Bijna. Bijna was het zo ver. Maar nee, ik nam actie. Ik heb dit leven niet gekregen om 10 uur per nacht te slapen en de rest van de dag 30 Rock te kijken. Dat patroon was een week lekker en daarna werd het saai. Heel saai.
Ik typte het adres van een datingsite in. Ik schreef een klein verhaaltje over mijn persoonlijkheid. Deels eerlijk, deels een verdomd goed verkooppraatje. De eerlijke aspecten bestonden uit ‘romantisch zijn’ en ‘chaotisch, af en toe te laat, maar ik doe nooit iets half’. Het verkooppraatje bestond uit vijf kilo minder in gewicht, mijn lengte naar boven afgerond en mijn favoriete muziek was ‘van alles en nog wat’, terwijl ik werd toegezongen door blije bliepjespop.
Zo. Laat die lady’s maar komen. (En dat beetje kots dat zich na het woord ‘lady’s’ omhoog werkte maar weer zakken.)
Het duurde. Het duuuuuuhuuuuurde. Ik was ook niet zo happig. Jolanda, zevenentwintig, hield van katten (kijk, daar ga je al) en was wel geïnteresseerd in mij, maar dat was niet wederzijds. Jolanda zag er namelijk uit alsof ze in haar vorige leven een boerderijdier was geweest en daar nu nog de vruchten van plukte, qua uiterlijk. Monica was een fan van de Franse keuken. Zeg dan gelijk dat je liever met een bol knoflook wilt trouwen. Jacinda, ’zeg maar Ja-Zin’, knapte af op mijn taalgebruik. Ik ook op dat van haar. Een gesprek tussen mij en Jacinda verliep als volgt:
Zij: ‘Ja, ik denk dan, laat haar lekker de pleuris krijgen, niet dan, ja toch, ze mot bij mij nie meer aan kommen met da gelul van d’r, maar ja, weet je, haar keuze, mot ze zelf weten, bemoei me d’r nie meer mee, achterlijk mokkel joh, zak toch in de stront, weet je niet.’
Ik: ‘…Ja. Lekker genuanceerd.’
Zij: ‘Watte?’
Maar verder werd het nog best een leuke avond, want er lag thuis nog een ongeopende zak Dorito’s op me te wachten.
En nu heerst er dus een bepaalde en hardnekkige mythe rondom datingsites. Iedereen is uit op sex. Het is één keer gebeurd. Een keer. Maar met een vrouw als Chris krijg je een rare situatie in bed. Niet omdat ze zichzelf in rare bochten wrong, maar meer qua naam. Chris. Chrisss. Dat bekt ook niet lekker. De naam Chris doet mij nog altijd gewoon aan Chris Zegers denken en het doen met Chris Zegers on your mind at that time met z’n ‘ik kom net van vakantie, dus vandaar dat ik eruit zie als een halve zwerver’-look… Laten we zeggen dat het voor Chris snel game over was.
Ik had bijna de moed opgegeven. Ik had al op Marktplaats gezocht naar een ezel, totdat Zij iets stuurde. X.
« terug naar blog