Nieuwste onderwerp

Job

Eén dag per week las hij de krant bij Job. Job kookte die dag voor hem. Eten bij Job verliep altijd volgens hetzelfde patroon.
Job woonde op de achtste verdieping. Normaalgesproken hield hij ervan de trap te nemen, maar bij Job deed hij dat niet. In Jobs flat woonden namelijk veel Marokkanen. En hij wilde niet de indruk wekken dat hij niet bij Marokkanen in de lift durfde.

De lift rook naar overgeven met zeepsop. Meestal was het er stil. Hij liet zich altijd tegen de linkerhoek aandrukken. Met zijn rug naar de wandbrede spiegel en zijn gezicht noodgedwongen naar de andere mensen. Soms praatten ze. Omdat hij het niet verstond, ging hij ervanuit dat het over hem ging. Daarom probeerde hij zo kreukloos mogelijk over te komen in de lift.

Job was vrijwilliger in een moestuin, vegetariër, en antroposoof. Job was eigenlijk alles wat hij niet was. Vroeger hadden ze samen in een koor gezeten. Hij haalde Job altijd op. In ruil daarvan kookte Job.
De muziek van het koor werd te moeilijk voor Job. Toen hoefde hij Job niet meer op te halen. De wederdienst van Job –eten koken- was altijd blijven bestaan. Soms betaalde hij hem er geld voor.
Als hij Jobs flat binnenkwam was het eten altijd al klaar. Seizoensgroenten waren het. Pompoenen bijvoorbeeld, of schorseneren. De meeste groenten had hij nog nooit eerder gegeten. Vandaag waren het peulen.

Tijdens het eten wisselde hij blikken van verstandhouding met Job. Althans, hij hoopte dat het blikken van verstandhouding waren. Tien jaar kende hij Job al. En de blikken die ze uitwisselden had hij nog steeds niet helemaal kunnen thuisbrengen. Meestal wisselden ze enkele woorden terwijl ze zich concentreerden op de seizoensgroente. En elke keer als hij zijn bord bijna leeg had vroeg hij zich af waarom hij dit ook alweer deed. En elke keer als hij weer thuis was na een bezoek aan Job, bakte hij een biefstuk.

Na het eten pakte hij de krant. Het was een enigszins christelijke krant, met veel informatie over derde wereldlanden. Job deed de afwas terwijl hij foto’s bekeek van Afrikaanse kinderen met honger.

En elke week was dat het moment dat hij het weer wist. Hij zat op de bank, en in de keuken hoorde hij het gerommel van Job met de vaat. Elke week weer was hij blij met Job. Ze hadden een vriendschap zoals mannen dat volgens hem hoorden te hebben. Een vriendschap waar geen woorden aan vuil werden gemaakt, enkel servetten, borden en lepels.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden