Nieuwste onderwerp

IJs

Het rayonhoofd van Balk is door het ijs gezakt omdat hij zo erg hoopte dat het ijs al dik genoeg was. Hij mat zichzelf hoopvol een wak in, en hij werd een held. Iemand die voor de Elfstedentocht door het ijs gaat.

Dit stukje gaat over iemand anders. Iemand elk jaar opnieuw door het ijs gaat. Het gaat over iemand van drieëntachtig, een opa waarover ik af en toe verhalen hoor. Hij is iemand die elk jaar een draaiboek maakt, vrijwilligers belt, het ijs meet en rayonhoofden aanstelt. Iemand die met het ijs naar bed gaat en ermee op staat, iemand die het liefst onder het ijs begraven zou willen worden maar voorlopig nog niet doodgaat. Het is een man uit Giethoorn, een plaats waar ik nooit geweest ben. Ik weet niet hoe de man heet. Ik weet dat hij drieëntachtig is en dat hij bestaat.

Ik woon in Amsterdam. Hier kun je schaatsen over de gracht. Sommigen hebben geen schaatsen en maken een foto van zichzelf terwijl ze op het ijs staan. Anderen doen wedstrijdjes in onbestemde spellen met sticks en ballen en wij schaatsen zo maar wat in het wilde weg. Als er een brug aankomt weten we dat de warmte eronder blijft hangen en dat het ijs er dun is. Dan klimmen we de gracht uit en drinken chocolademelk in een kroeg. We praten over de treinen, over de euro en af en toe staan we stil bij de man van drieëntachtig. De man die al vijftien jaar elk jaar als het vriest het ijs meet en de vrijwilligers belt. Iemand die al vijftien jaar het draaiboek van de Overijsselse merentocht in de prullenbak gooit omdat de dooi elk jaar te vroeg toeslaat.
Dit jaar gaat de tocht door, het stond in alle kranten. De drieëntachtig jarige man belde zelfs vol opwinding zijn kleindochter, die ontroerd was. Ontroerd van blijdschap. En eigenlijk waren we dat allemaal.
De vrijwilligers zijn in opperste staat van paraatheid, de NOS is gebeld en de man van drieëntachtig doet van opwinding geen oog meer dicht.

In het weekend schaatste ik in Drenthe op een ondergelopen weiland. Daar waren kortebaanwedstrijden, en liedjes van radio Continu die je al mee kon zingen voor je ze helemaal gehoord had. Na het schaatsen gingen we de paardenstal in die ingericht was als bar. De ramen waren beslagen. Aan de bar zaten steeds vier of vijf oude mannetjes met jenever. Ze praatten over het weer. De hele dag over het weer.

Zo’n oud mannetje is deze meneer ook. Alleen hij organiseert al vijftien jaar de Overijsselse merentocht. Vijftien jaar gaat alles tien keer door zijn hoofd, en gaat alles goed. Maar dit jaar komt de merentocht buiten zijn hoofd, dit jaar gaat het door.

Totdat er mannen komen van de Onafhankelijke Commissie. Mannen die het ijs meten en zeggen dat het ‘onverantwoord zwak’ is. Voor de man het weet staat het op teletekst, en in de Overijsselse krant en zeggen ze het bij de NOS: de merentocht in Overijssel gaat niet door.

Morgen ga ik naar Overijssel om het ijs te meten. Deze drieëntachtigjarige is de beste reden om door het ijs zakken.

« terug naar blog

6 responses to “IJs”

  1. Gé Louwhoff

    Djoeke, ik wacht met spanning op je volgende verhaal.

  2. Gé Louwhoff

    Prachtig naar proza vertaald. Het verhaal heb ik vanavond in de kroeg mogen aanhoren maar jij hebt er aandoenlijke proza van gemaakt. Verder hou ik niet van koude voeten en ben blij met de oordelen van de ijsmeesters. Helaas voor opa Pit en de romantiek.

  3. Bertha

    Het is zeker een geweldige man!!!

    1. Bertha

      Wat een prachtig verhaal.

  4. Harm

    Ik ken de man, ik kom uit Giethoorn, ik ben ervan overtuigd dat we steeds vaker door het ijs zakken en ik ben ontroerd en teleurgesteld en boos en… ik ga het ijs meten!

  5. Petra

    Geweldig! Ik ken die man! Hij heet gerrit pit

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden