Nieuwste onderwerp

Nacht

Ze zit op een stoel en staart. In haar handen twee breipennen die regelmatig tikken als regen. Insteken. Ze zit in een huis in een donkere stad. De lamp die bij haar raam staat maakt van haar huis een knipoog. Een huis dat iedereen aanstaart met één oog. Het is stil in de stad, de langslopende, murmelende mensen met klakkende hakken maken de stilte voelbaar. De lantaarnpalen geven licht aan de lucht, zoals de vogels overdag.

Draad omslaan. Over straat loop ik en het enige dat ik weet is dat er boven in het huis nog iemand zit. Misschien is het een student die nog iets moet inleveren, of een man met een buik die over zijn broekriem gulpt, misschien wel een man zonder broekriem die vieze filmpjes kijkt. Omdat de stilte angst aanjaagt besluit ik dat het een vrouw is, een oude vrouw in een stoel met een breiwerk.

Ik murmel niet en mijn schoenen tikken ook niet, al is dit een galmende stad. Een stad van eerste zoenen, van steegjes, van lange hete zomeravonden. Een stad die op pauze staat. Ze houdt haar pennen gekruist, zoals ze dat met haar benen deed toen ze jong was en het nog nodig was. Doorhalen.

Regen maakt spiegels van de straatstenen, lantaarnpalen maken mijn schaduw lang en grillig. Ook andere huizen staren me aan, en de mensen die hun kroegen uitlopen, hun sjaals om hun halzen slaan, tikken, murmelen, de stilte doen voelen.

De vrouw breit een sjaal voor om haar eigen nek. Of sokken voor haar zoon. Zou ze denken aan hoe haar man haar kuste voor hij naar bed ging en zij achter haar raam haar sjaal afmaakte? Haar man is dood, zijn studeerkamer staat onaangeroerd achter een raam dat nooit verlicht wordt. Ze denkt aan op vakantie gaan in een oude DS naar een strand in Duitsland. Aan een tijd die alleen nog zwart-wit in de hoofden van de mensen zit. Misschien denkt ze aan hoe de oorlog eindigde met nylonkousen, sigaretten en chocola. Of ze denkt aan morgen.

Langzaam verdwijn ik uit het blikveld van het raam. De hoek die ik omsla is de laatste. Er klinkt geschreeuw in de stad. Haar pennen tikken langzaam tegen elkaar, steeds langzamer totdat ze de pennen smoort in haar bol wol. Ze trekt haar sloffen aan en doet het licht uit. De nacht komt aan z’n eind, de stad gaat langzaam op repeat.

Af laten glijden, ogen sluiten en wachten. Wachten op hoe morgen nu wordt.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden