Nieuwste onderwerp

Gras

Het was begonnen met de veinzende blik van een besnorde douanier. Of had hij zich die vertwijfeling in de donkerbruine douaniersogen verbeeld, en was het eerste wat hij had gezien haar hoofd, dat in een razend tempo rood werd? Hij had nog tweeeneenhalve dag om erover na te denken. Tweeeneenhalve dag voordat hij eindelijk kon ophouden met binnen de kaders van een treinraampje naar vergeeld oostblokgras kijken terwijl zijn hersens de gebeurtenissen bleven afspelen. Betonnen blok gebouwen zag hij, verroest ijzer in gras dat ongemerkt een iets groeniger tint had gekregen. Soms redde de slaap hem van de verveling. En van het eindeloze malen van zijn hersenen. De snor van de douanier, het hoofd van het meisje dat zich zo graag zijn vriendin noemde, hetzelfde hoofd wat ze zo vaak tegen hem had aangedrukt: betraand, lachend maar in elk geval met redenen die hij begreep.
Dat hoofd dat rood werd terwijl ze hem niets had verteld.
Het was donker buiten. Turkse verstralers beschenen Turkse douaniers. Ze beschenen zijn harige kortebroekbenen, omdat hij een reiziger was die in de zon was vertrokken. Ze beschenen de zware rugtas die om haar schouders hing, de rode striemen op haar blote armen van het tillen, de bakstenen met hun ellenlange schaduwen waar ze zo om konden lachen. Hij: vierkant en lang, zij rond en klein. Een klassiek tweetal waarvan de ene helft nu, zonder dat het in de bakstenen te zien was, stond te blozen.
Het was niet haar paspoort. En voordat hij de link legde met haar eenzame pelgrimstocht door het Turkse binnenland, waarbij hij niet mee had gemogen omdat ze eens een keer helemaal alleen wilde zijn, voordat hij haar blozende wangen begreep, ja zelfs voor hij snapte waarom ze op de avond dat ze terugkwam een nieuw parfum had gehad dacht hij aan dieven. Bandieten, rovers, schurken die hun smerige handen in haar lieflijke bloemetjestasje hadden gestoken voor een paspoort van een rond en klein meisje.
Later pas legde hij de link met de pelgrimstocht, of misschien eerder met het parfum. De man van wie het paspoort wel was, had niet het gezicht van een bandiet. Een gezicht met maanvormige wenkbrauwen en een baardschaduw had de man, een intelligent en mooi gezicht. Het was het gezicht van iemand die verfijnde dingen deed: parfums cadeau geven, misschien wel affaires onderhouden met meisjes die zich graag de vriendin van iemand anders noemden.
Maar dat begreep hij pas toen ze al hadden begrepen dat ze terug moest. Terug naar een hotel in Ankara, zo zei ze direct, voor ze besefte dat hij nog altijd dacht in termen van pelgrimshutten tussen de hoge rotsen in het niet-toeristische binnenland.
Toen zei ze het maar. Dat ze blijkbaar het verkeerde paspoort terug had gegeven aan die man, want ze had ze allebei in haar tasje gehad toen ze naar een aantal musea geweest waren. ‘En uit eten?’ had hij willen vragen, ‘En de sauna?’ en tegen beter weten in: ‘En naar bed?’
Hij had het niet gevraagd, hij had niet eens de naam gevraagd van die vent naar wiens binnenzak ze op weg was. Helgroen was het gras waar hij langsraasde ondertussen en de blokkerige gebouwen die er bovenop geplant stonden, leken steeds dreigender, de familiedrama’s spatten bijna uit de kleine raampjes, het beige stucwerk, het gebloemde wasgoed. Af en toe dacht hij aan haar, daar in die hotelkamer in Ankara, bij die man met baardschaduw. Dan staarde hij weer moedeloos uit het raam. Nog twee dagen te gaan, en het gras was nu al zo groen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden