Nieuwste onderwerp

Achtergrond

De krant ging hij altijd lezen in het café van de natuurwinkel. Hij hield van rustige mensen. Mensen die met een rugzak op binnen kwamen en biologische kruidenthee bestelden. Mensen die hem met rust lieten.

Maar vandaag lieten ze hem niet met rust. Vermoeid staarde hij in de grijsblauwe ogen van een oude mevrouw. Grijs krullend haar had ze, en ze praatte. Ze praatte al een uur. Ze was zo iemand die getallen onthoudt. Ze vertelde over haar nieuwe sneeuwschep van drievijfennegentig (‘jammer dat het niet sneeuwt’), ze praatte over een verhuizing van tien jaar geleden waar ze negen kilometer om waren gereden, en hoeveel euro de auto van haar schoonzoon had gekost.
De getallen waren haar afdruiprek, waar ze haar verhalen onder het zeepsop inzette om ze heel langzaam af te drogen. En hij moest daarbij knikken en op het juiste moment lachen.

Hij dacht aan de foto die op zijn bureau stond. Een foto van zijn broer met zijn vriendin. Samen kijken ze de camera in, twee lachende monden met rijen tanden, twee paar dichtgeknepen ogen. Achter hen bergtoppen met sneeuw erop, en een houten huisje met een bordje ervoor: ‘coffee.’ De vriendin van zijn broer noemde het plaatsje ‘idyllisch’.

Aan de linkerkant van het hutje zie je hem. Een lichtblauw, te groot windjack met een hoofd eruit dat naar de grond staart. Half gebogen, alsof hij iets heeft laten vallen. Hij is klein, nauwelijks te herkennen maar onmiskenbaar onwezig op de foto.

‘Jammer dat jij op de achtergrond staat,’ zei zijn broer toen hij de foto op het digitale cameraschermpje bekeek. Het hutje en de bergtoppen waren genoeg achtergrond voor zijn broer.

Hij had de foto op zijn bureau gezet. Niet vanwege zijn broer maar omdat hij zichzelf er goed op gerepresenteerd vond.

De oude mevrouw was opgehouden met praten. Hij vroeg zich af hoe oud ze was. En of ze dat getal net zo snel zou prijsgeven als haar andere getallen. Ze nam een slokje van haar biologische limonade. Keek hem vriendelijk aan. ‘Ik ga maar weer eens. Tweevijfennegentig, dat kostte mijn limonade. Betaal jij dat even?’

Hij keek haar na. Twee benen die een straat in liepen. De wereld die met haar meeliep. En hij zag zichzelf. Zijn lichtblauwe spijkerbroek, zijn bergschoenen. Een groenige jas over zijn stoel geslagen, grijzige baardstoppels, een hoofd dat niemand onthoudt.
De achtergrond, die bleef bij hem.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden