Nieuwste onderwerp

Mensa

Ik ken een meisje met heel grote, rode oren. Ze is niet aardig. Ze doet haar best en ik ook, maar het lukt me niet. Haar aardig vinden. We zitten vaak tegenover elkaar tijdens het eten in de mensa. Altijd als ik aan haar denk denk ik aan de smaak van kleffe boontjes en harde rijst, en aan het geluid van heel veel etende studenten (en een handvol oude mannetjes) in een grote, door tl-lampen verlichte ruimte.

Ze eindigt haar zinnen altijd met een nasale ‘en zo’, (ensjooow). Ik vind zinnen die met ‘en zo’ eindigen lastig. Als mensen het gebruiken omdat ze geen zin hebben om alle dingen uit een categorie op te noemen (ik at rijst met ku lo yuk en foe yong hai) en ook geen zin hebben om de categorie zelf te benoemen (ik at chinees), dan mag het van mij: ‘Ik at rijst en zo.’ Ik kan me daar dingen bij voorstellen. Aardige mensen lassen na een ‘en zo’ een pauze in, waarin ik alle mogelijkheden aan me voorbij kan laten trekken, waardoor mijn beeld van de situatie weer compleet is en het gesprek door mag gaan. De en zo’s van het meisje met de rode oren komen na elke zin. En toch altijd onverwachts.

‘Ik was laatst op een feestje ensjooow,’ zegt ze. Ik weet niet wat ze bedoelt. Bedoelt ze met haar ‘en zo’ dat ik me zelf moet voorstellen hoe ze haar rode oren wit heeft gepoederd, hoe ze haar jas in de garderobe heeft gehangen, hoe het geroezemoes om haar heen klonk en dat ze een witte wijn in haar hand had? Of moet ik me voorstellen wat er allemaal aan vooraf is gegaan: het vriendschap sluiten met degene die het feestje gaf, het toegemaild krijgen van een uitnodiging, het in haar agenda schrijven en hoe ze dan uiteindelijk de deur binnenstapte?

Ze geeft me de tijd niet om alle mogelijke omstandigheden uit te denken. ‘Daar was ook een jongen ensjooow,’ zegt ze. Een ‘en zo’ in de categorie liefde.Voor bondige mensen zou dit genoeg zijn geweest. ‘Ik was laatst op een feestje en daar was ook een jongen en zo dus nu ben ik zwanger,’ bijvoorbeeld. Of ‘er was ook een jongen en zo, en nu ben ik helemaal van mijn faalangst af.’ Zelfs een: ‘er was ook een jongen en zo’ afgesloten met een betekenisvolle blik was al voldoende geweest.

Bij haar niet. Zonder pauzes in te lassen praat ze verder. Ik luister niet. Ik kauw op mijn boontjes en staar naar haar rode oren. Af en toe vang ik woorden op. Het gaat over haar jeugd. En over haar huis. Over een treinreis. Het lijkt wel alsof alle en zo’s bruggen zijn naar een nieuw verhaal. Een verhaal dat niets met het vorige te maken heeft. En dat ze zo nog eindeloos kan doorgaan terwijl de bonen op haar bord liggen te verpieteren.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden