Nieuwste onderwerp

Sintmaarten

Het was ergens in November en als hij zijn hersenen pijnigde zou hij de datum weten. Hij lag op de grond, met zijn voeten onder de bank. Ergens verderop lag een vrouw. Een nieuwe. Ze had rood haar dit keer en rookte shag. Omdat ze nieuw was had hij voor haar een rookruimte gecreëerd.

Nu kon ze er niet heen gaan omdat het donker was. Ze was bang dat ze zou struikelen. ‘Het zou gek zijn om op ons eerste afspraakje te struikelen,’ had ze gezegd.

Hij wist ook wel dat het gek was om op het eerste afspraakje op de grond te liggen met het licht uit. Maar het was Sint Maarten en er was al vijf keer aangebeld. Sommige kinderen zongen zelfs door de deur heen. Tirannen, vond hij het, kinderen.

Hij had geen zin in ze. Hij wilde dat hij een sticker op de deur kon plakken waarop stond dat hij geen kinderen aan de deur wilde. Liever geen kinderen dan geen reclamedrukwerk.
Hij was blijkbaar de enige die er zo over dacht.

Nu moest hij zich verstoppen in zijn eigen huis. Met zijn eigen nieuwe vrouw. Hij had tijgerend brood gehaald in de keuken en het aan haar gegeven. Toen ze zei dat ze misschien beter een andere keer terug kon komen had hij haar gevraagd te blijven.
Ze mochten niet zien dat er mensen het huis uit gingen.

Hij zei: dan mag je wel roken in de huiskamer. En dat deed ze nu. De rook die haar longen had aangeraakt stroomde nu zijn neusgaten binnen. Hij zei: die rook streelt de plekken waar ik nooit bij kan komen. Het bleef stil. Misschien keek ze hem nu aan. Verbaasd.

Hij vroeg zich af of de rook stukjes long de kamer in zou blazen en waar die stukjes dan zouden neerdalen. Hij zei het niet. Hij had gepland haar te kussen vanavond. Maar hij zou ervoor moeten tijgeren. Bovendien maakten haar lippen steeds een ploppend geluid als ze de sigaret aanraakten. Hij zou niet hetzelfde ploppende geluid willen horen als ze haar lippen van de zijne afhaalde. Hij liet het na.

Ze zei: ik krijg rugpijn. Ze zei: dit vloerkleed is te ruw. Ze zei: kinderen zijn toch soms best leuk. Ze zei: dan geef je ze toch een mandarijn. Ze zei: laten we anders in bed gaan liggen.

Nee, dat laatste zei ze niet. Als je een avond met een vrouw op de vloer ligt, weet je daarna weer hoe ze zijn, dacht hij. Vrouwen.
Toen het halftien was bleef het stil. De bel rinkelde niet meer. De kinderen zongen geen liedjes meer. Hij zei: je mag rechtop gaan zitten.

Toen het licht aanging zag hij dat haar mascara was uitgelopen. En dat haar mondhoeken naar beneden waren getrokken en dat ze rimpels had bij haar mond. Misschien zijn we toch niet voor elkaar gemaakt, zei hij. Zei zij. Ze ging weg.

Hij stak zijn benen weer onder de bank. Ook zonder kinderen genoeg om je voor te verstoppen.

« terug naar blog

2 responses to “Sintmaarten”

  1. Marieke

    P.S. Ik dacht eerst even dat hij tijgerbrood had gehaald;)

  2. Marieke

    Wauw Dukes! Hij is goed! Hij is mooi.

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden