Nieuwste onderwerp

Plaatjes

Ik was bij twee mannen waar je, als je een camera had, op zou inzoomen.
Op de oudere man die de hele tijd lachte. Ik zou inzoomen op zijn donkere ogen die uit zijn oogkassen leken te willen vluchten, elke keer als hij een grapje maakte.
En de wat jongere man met de baard die uitstak. Een vlassig baardje, lang genoeg om aan te trekken maar te kort om er onder de indruk van te zijn. Misschien zou ik inzoomen op de bierglazen met vetvlekken die ze in hun handen hadden, op hoe snel de schuimkraag van hun biertje wegzakte. Op het picknicktafeltje waaraan ze zaten, de vervallen raamkozijnen, de cementmolen in de hoek van de ruimte.
Ik zou inzoomen op de hand van de oudere man, die in een rechte, gespannen streep op de tafel uitkwam. Leunen zou ik het niet willen noemen, het picknicktafeltje zou dat niet houden, maar de suggestie van leunen was er. Nonchalant leunen maar dan met trillende vingers en een gespannen lichaam.

Uit de ruimte ernaast klonk muziek. Een bandje speelde, vier jongens met korte broeken en halflang haar. ‘Ze zijn uitgelopen,’ zei de jongere man. ‘Als dit nog eens gebeurt, komen we niet meer,’ zei de oudere.
Hij balde zijn vingers tot een vuist, terwijl hij het zei, zag ik. ‘Wij trekken publiek,’ zei hij. ‘Ze zouden ons wat meer moeten waarderen. We hebben zelfs geflyerd.’ Ze keken me aan. Alsof ik ze een compliment moest geven. Een hart onder de riem misschien. Ik zei niks. De oudere man lachte. Alsof hij het grappig vond.

Collega’s waren ze. Al zo’n twintig, lange jaren gaven ze les op dezelfde school. Als er stiltes vielen begonnen ze aan hun herinneringen. Over hun leerlingen, en hoe ze die dronken hadden gevoerd. Over de dikke lerares waar ze allebei stiekem wel eens aan hadden gezeten. Na de herinneringen kwam de toekomst. Ze praatten veel over de dood, en hoe hun begrafenis eruit moest zien. Over wat de ander absoluut niet mocht erven. Over wat ze nog moesten kopen voor ze zouden sterven. En dan namen ze nog een biertje. Als ze de toekomst hadden gehad, werd het stil.

‘Wie begint er zo?’ vroeg de jongere man. Ze waren hier immers gekomen met een doel. Plaatjes draaien. De oudere man knipperde met zijn ogen. ‘Begin jij maar,’ zei hij. Zijn vingers waren begonnen met trillen, zag ik. Zijn armspieren waren aangespannen.
De muziek in de ruimte ernaast was opgehouden. ‘Zullen we er heen gaan,’ vroeg de jongere man. ‘We worden wel gehaald,’ zei de oudere man, met een blik op mij. Zwijgend bleven ze zitten. Er kwam niemand.

Zonder iets te zeggen stonden ze op. Met een verlegen lachje legde de jongere man zijn plaatjes op de platenspeler. De muziek stond zacht, zodat mensen met elkaar konden praten. Een oudere man en een oudere vrouw deden een soort foxtrot. In de hoek zoende een stelletje. De rest van de mensen stond buiten.
De oudere man keek met een gespannen blik naar het dansende echtpaar.

‘Volgens mij hebben mensen het wel naar hun zin,’ zei hij.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden