Nieuwste onderwerp

Dood

Zo eens in de paar maanden denkt A.: ‘wat een vreselijke plek om dood te gaan.’ Ze is dan altijd op een andere plek en stelt zich voor het zou zijn als ze op dit moment doodging. Hoe ze precies doodgaat ligt aan de locatie, soms stelt ze zich voor hoe een gebouw bovenop haar in elkaar stort, of hoe een trein over haar heenrijdt. Onwillekeurig vertrekt haar gezicht dan even, zo goed kan ze het zich voorstellen. Mensen hebben haar wel eens raar aangekeken, gevraagd wat er aan de hand was. ‘Niets,’ zei ze dan. Het leek haar niet makkelijk om uit te leggen.

Soms stelt ze zich ook een heel bijzondere doodsoorzaak voor. Een kwartje wat van heel hoog naar beneden valt en met een razende vaart precies haar kruin inslaat. Of dat ze ineens onder de rode bultjes komt te zitten die per seconde groter worden en haar hele lichaam bedekken onder het pus. En dan kijkt ze om zich heen.

‘Wat een vreselijke plek om dood te gaan,’ denkt ze. Ze ziet bijvoorbeeld grijzige betonnen blokken tijdens het rijden over de snelweg. Of de gele galerijflat van haar vriendje. Een lelijke graffiti-leus of hangjongeren die hiphop afspelen. ‘Je zou toch maar híer doodgaan,’ zegt ze dan tegen zichzelf.

Terwijl ze in principe geen morbide persoon is. Ze leest ook eigenlijk nooit bloederige boeken. En ze slikt ook geen antidepressiva.
Het is gewoon soms dat ze even schrikt bij de gedachte aan dat je op zo’n plek dood kunt gaan. Ze is ook nooit op een plek geweest waar ze wel wilde sterven.

Ze is alleen maar op heel veel grijzige, troosteloze plekken geweest, waar ze vooral wil blijven leven.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden