Nieuwste onderwerp

Leuk

Haar spieren voelen als een opgedroogde, natgeregende krant. Spieren van een te dun matje op een natte grond.

Ze zijn vergeten ontbijt te kopen en de weeïge geur van de broodjes en de lauwe koffie van de buren dringt haar neus binnen. Ze hoort haar  buurmeisje –die ook nog een picknicktafel, twee stoeltjes en een vriend heeft- zelfvoldaan verzuchten: ‘wat een leven,’ waarna ze even subtiel hun kant op kijkt. Haar vrienden kijken terug en glimlachen wat. Zij hebben alleen een picknickkleed met vlekken.

Vannacht hoorde ze iemand plassen naast haar tent. Het was net een plaatselijk buitje zure regen. Dit is nou nog eens een situatie, hadden haar vrienden gezegd. ‘Voel je het?’ zeiden ze, ‘een situatie.’ Een situatie waar je terug gaat naar hoe het ooit was. Naar toen de mensen nog ongebreideld gelukkig waren. Dat zeiden ze. De volgende ochtend trokken ze een natte theedoek van een scheerlijn en sloegen ze het over hun schouders. ‘Afwassen, dat gaan we!’ Als mensen kamperen, lopen ze ineens veel zelfverzekerder, dacht ze. Ze stampen bijna.

Ze snapte het niet. De lol eraan, want dat zeiden haar vrienden. ‘Het is de lol eraan, het kamperen.’ En dan staken ze weer een verhaal op over ongebreideld gelukkig zijn. Ze zag hoe de mensen op deze camping veranderden. Hoe ze aankwamen in smetteloze kleding met glimmende haren en hoe de kleding bevlekt en de haren geklit raakten. Ze zag de mensen lelijk worden. Geteisterd, dacht ze. Ze zag hoe er boven de broek van haar buurjongen al een week dezelfde onderbroek stak. Ze zag hoe het meisje van twee tenten verderop ineens uit zíjn tent kroop. En ze zag het niet alleen: ze hoorde het ook, ’s nachts.

Het begon altijd met gesprekken. Die mensen kwamen allemaal ergens vandaan. En ze gingen weer ergens naar toe en deze camping was hun tijdelijke huis en deze onderbroek was hun enige onderbroek. Daar ging het over, de hele nacht, tot het stiller werd en de gesprekken veranderden in nachtelijke lachjes en kreetjes.

Haar vrienden maakten biertjes open met gebarsten aanstekers. ‘Bieropeners vergeet je,’ zeiden ze. ‘Bieropeners niet vergeten is voor sukkels.’ Hetzelfde zeiden ze over de lange, volle en hete treinen waar ze in hadden gezeten. ‘Dit hoort,’ zeiden ze. ‘Dit is juist leuk.’

Maar zij zag ook wel dat ze net zo hard zweetten in die treinen. En dat de aanstekers blauwe plekken veroorzaakten op hun handen en dat ze met een teleurgestelde blik ’s ochtends hun stijve lichamen strekten.

Ze wacht. Ze wacht tot ze het toe gaan geven. Dat dit eigenlijk helemaal niet leuk is. En dan gaat ze weer naar huis.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Arnon Grunberg, Jonathan Safran Foer, Philip Roth, Haruki Murakami, Harry Mulisch, Gabriel García Marquez, Isabel Allende, Milan Kundera, de Volkskrant

Wat luister ik?

the weepies, the tallest man on earth, noah and the whale

Wat kijk ik?

De wereld draait door, journaal

Quote

‘Ik verlang naar een wereld van fictie waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt en wat de afloop is.’ A.F.Th. van der Heijden